KATWIJK AAN ZEE – WOERDEN

 

KATWIJK AAN ZEE – LEIDEN

20 april 2024

Eén van onze hobby’s is wandelen. We zijn graag buiten, weer of geen weer. Het liefst lopen we Lange Afstand Wandelpaden. Een gewoon rondje rond de kerk trekt ons minder, we vinden het lekker om een dag, of dagen te lopen. We zoeken dan ook graag paden op die op redelijke afstand van ons huis liggen, maar de koek raakt wat dat betreft op. We moeten meerdaagse tochten plannen. Dat is niet erg, maar het past niet altijd in onze agenda. Bridgepartner Martin loopt op dit ogenblik het Romeinse Limespad en we besluiten dit ook te gaan lopen. Het pad begint in Katwijk bij de oude, afgesloten monding van de Oude Rijn in zee. Tot daar waren de Romeinen gekomen. Wij ook, met de bus, als je tenminste bijtijds uitstapt en beseft dat de Oude Rijn ten noorden van Katwijk ligt en niet ten zuiden. Uit sportief oogpunt lopen we tegen de koude, krachtige noordenwind over de boulevard naar het begin van het pad. Het pad zelf slingert door het duin, de zeewering, boven op de parkeergarages. Het loopt daar gelijk op met het Kustpad. Beide paden zijn met de overbekende rood-wit markeringen bewegwijzerd. Maar je moet wel goed blijven opletten, want het Romeinse Limespad buigt af ter hoogte van de Hervormde kerk, die ondanks het bordje dat je welkom bent toch gesloten is. Wij letten niet goed op en lopen te ver door, de tweede misser dus.

Terug bij de kerk lopen we ‘oud’ Katwijk in met de schattige gerenoveerde vissershuisjes. Als we het centrum inlopen gaat het regenen en duiken we snel een cafeetje in voor koffie. We warmen onze handen aan de kopjes, onze vingers tintelen. De regen is gelukkig van korte duur en in een waterig zonnetje lopen we richting duinen, waar we meer beschut lopen. Dit is verreweg het leukste deel, op het strand na natuurlijk, van deze etappe.

Na de duinen is het landschap flink verstedelijkt. Een aaneengesloten lint van nieuwbouw, het één nog fraaier dan het ander. Hier geen plaats voor woonruimte voor jongeren, alleenstaanden of gezinnen die aangewezen zijn op sociale woningbouw.

Vermakelijk is het voetveer naar Valkenburg. Hier kun je ook rechtdoor en kom je uit bij de mooi ontworpen fiets- en voetgangersbrug, waar je dan langs loopt, terwijl wij er overheen lopen. We naderen de A44, de grens met Leiden, het Bio Science Park. Het is 50 jaar terug dat Hans hier aan de Wassenaarseweg bijna dagelijks kwam. Het Gorleas is afgebroken, maar het Sylvius lab staat er nog, nu omringd door bio-tech bedrijven

Als het pad afslaat naar het Leidse Hout, gaan wij over het oude ziekenhuisterrein richting station. Het terrein is onherkenbaar veranderd maar is mooi ontwikkeld waarbij de karakteristieke gebouwen zijn deels benut voor woningbouw.

LEIDEN

27 april 2024

Als we wakker worden regent het, en niet zo zachtjes ook. Wat sneu voor de duizenden deelnemers aan de vrijmarkten, die waarschijnlijk al uren, soms zelfs al dagen, van te voren hun plekjes claimen. Wandelen in de regen is ook niet echt fijn, maar we moeten maar vertrouwen op de buienradar, die belooft dat het de tweede helft van de morgen droog is. En de buienradar lijkt zich aan haar woord te houden, het is droog met zelfs nog een flets zonnetje. We parkeren bij Cronesteyn. Op de Lammenschans nemen we bus 45 naar Leiden CS West en wandelen opnieuw over het mooi ontwikkelde ziekenhuisterrein naar het punt waar we vorige week zaterdag geëindigd zijn.

Via het bos van Bosman naar en door de Leidse Hout, verder naar Kasteel Oud Poelgeest. In het restaurant genieten we van de koffie met oranje tompouce, voor de lieve som van    € 19,—. Niet zo gek dat er nauwelijks klanten zijn.

Na het Landgoed Oud Poelgeest en het standbeeld van Boerhave lopen we de binnenstad van Leiden in. Voor Hans, die jarenlang in Leiden woonde, komen de herinneringen boven drijven. De route loopt zelfs over de 1e Binnenvestgracht, waar hij indertijd woonde op nr. 16. De gordijnen zitten potdicht, jammer dat we niet even naar binnen kunnen gluren. In Café Beilen, op steenworp afstand, speelden in die tijd op Koninginnedag altijd bandjes en vloeide het bier rijkelijk. Nu is het een trendy eethuis. Even verderop komen we bij Molen De Put, een nog niet zo oude molen. Gebouwd in 1987. De oudste molen van Leiden, de Maredijkmolen, zijn we dan al gepasseerd. Deze wipmolen werd gebouwd in 1735 en moest de Maredijkpolder droog houden. Over de Rembrandtbrug zien we waar het huis stond waar Rembrandt van Rijn ter wereld kwam. Nog niet zo lang geleden heeft hij hier op het plein een standbeeld gekregen. Vanaf het station lopen we de stad in, het wordt steeds drukker.

Veel fraai in het oranje uitgedoste jongeren zijn massaal op weg naar Amsterdam. Desondanks is het toch flink druk in de stad. Op de Breestraat, de Botermarkt en de Nieuwe Rijn kan je over de hoofden lopen. De mensen zijn in vrolijk oranje gekleed en hebben op hun wangen het blauw-wit-rood van de Nederlandse vlag. De talrijke niet autochtone mensen doen qua outfit zeker niet onder voor de autochtonen. Wij vallen wel uit de toon vandaag in onze donkere wandelkleding. Ook op het water is het druk, sloepen met feestgangers varen af en aan.

We moeten nog een extra rondje maken omdat we de route kwijt raakten in de menigte. We verlaten de drukte en volgen het water, de Nieuwe Rijn, die uitkomt op het Rijn Schiekanaal, dat we oversteken bij de Leidse watertoren. We blijven langs de Nieuwe Rijn lopen totdat we Oude Rijn bereiken. Bij de Leiderdorpsebrug lopen we via het Matilopad naar het Matilopark om via de daarachter gelegen woonwijk weer op het Rijn Schiekanaal uit te komen. Nadat we de spoorlijn Leiden/Utrecht zijn overgestoken komen we langs camping Stochemhoeve en het polderpark Cronesteijn, waar we onze auto geparkeerd hebben.

Op één enkel buitje na hebben we het de hele wandeling droog gehouden. Tegen 6 uur zijn we thuis. Het was om meer dan één reden leuk om in Leiden terug te zijn. We hadden een onverwachte ontmoeting, één die als een vallende steen, andere stenen in beweging zal zetten, vermoeden we.

LEIDEN – ALPHEN AAN DE RIJN

5 juni 2024

Niets vermoedend rijden we naar Leiden om bij Cronesteijn de auto te parkeren. Als we de parkeerplaats opdraaien zien we het bordje dat het hier vanaf 3 juni op maandag t/m vrijdag betaald parkeren is. Een dagkaart kost € 28,—, of je een emmer leeggooit! We besluiten dan maar naar Alphen ad Rijn te rijden en de auto bij het station te parkeren. Ook daar is het betaald parkeren, maar een dagkaart kost hier ‘slechts’ € 12,50. Met de trein gaan we terug naar Leiden Lammenschans en gaan om 10:45 uur op pad, het eerste stuk tot Cronesteijn lopen we dus voor de 2e keer. Naar Alphen ad Rijn is het ruim 24 km, een flinke etappe, die we aan het eind van de middag goed in onze benen voelen.

De route loopt door het Groene Hart, langs en door lieflijke plaatsjes als Zoeterwoude- en Hazerswoude-Dorp en langs de stadsrand van Leiden en Alphen aan de Rijn. Deze laatste bestaan uit maak-natuur met een hoge creatieve waarde. Het Groene Hart bestaat eerst uit door sloten doorsneden grasland en later uit kavels, ook doorsneden door sloten, voor boomkwekerijen. De veeboeren strooien nu hun mest uit op het grasland om de groei van het gras, en helaas ook van de bramen en de brandnetels, te bevorderen, terwijl de boomkwekers driftig in de weer zijn met gif voor het behoud van het gewas en om te voorkomen dat het gewas wordt aangevallen door ongedierte. Hier en daar zie je blauwgraslanden.

De paden daar doorheen zijn gesloten vanwege het broedseizoen, van half maart tot 1 juli. Eén keer, omdat verbodsborden ook ontbreken, lopen we toch door het hoge gras terwijl de tureluurs en scholeksters boven ons hoofd ons proberen te verjagen, omdat we naar hun mening te dicht in de buurt van hun nesten komen. De sloten tussen de graslanden steken we via speciale bruggetjes over. Gelukkig zijn de zwanen die we hier tegenkomen uitgebroed. De weilanden zijn vanwege de heftige regenval van dit voorjaar erg modderig, waardoor we soms flink in de modder wegzakken. De koeien en schapen die ons pad kruisen maken zich voor ons uit de voeten. Het deel van deze etappe langs de boomkwekerijen is rustig, maar ook saai. Vlak voor Alhen aan de Rijn, dicht bij het spoor, komen we weer in de maak-natuur. Omdat hier de bewijzering van het Romeinse Limespad ontbreekt, volgen we de rood-gele bewijzering van het Groene Hartpad, het pad dat we in de periode van 2014-2016 al hebben gelopen, dus was het vandaag weer een feest van herkenning. Hier, in dit deel van het Groene Hart, zien we relatief veel wandelaars, stedelingen die op deze mooie zonnige dag even een ‘luchtje scheppen’.

Moe maar voldaan bereiken we de kerk, waar de auto geparkeerd staat. Hier laten we onze 2e steen van vandaag  achter. De eerste lieten we trouwens achter op zo’n bruggetje over de sloten. Wie gaat ze vinden en neemt ze verder mee het Romeinse Limespad  op? We zijn reuze benieuwd.

ALPHEN AAN DE RIJN – BODEGRAVEN

12 juni 2024

Nadat we het station van Alphen aan de Rijn hebben verlaten en het centrum inlopen, komen we tot de ontdekking dat het aantal oplettende kerkgangers van de H. Bonifaciuskerk laag is; onze Happy Stone ligt nog onaangeroerd op de plaats waar we hem vorige week achterlieten.

In het verrassende centrum worden we op ons avontuur op het Romeinse Limespad, de grens van het ooit zo machtige en grote Romeinse rijk, onthaalt met spandoeken van Romeinse figuren, waaronder de bevallige Cleopatra. Via de oudste brug van Alphen over de Oude Rijn, de Alphensebrug, met het door vrijwilligers in oranje gestoken brugwachtershuisje waar je stadswandelingen en een tocht met de soosboot kunt boeken, buigen we rechts af, richting Bodegraven. In de verte zien we de Julianabrug liggen, waarvan een aantal jaar terug het brugdek bij het inijzen uit de touwen viel. Op YouTube zijn daarvan spectaculaire beelden te zien. We kruisen het Aarkanaal en volgen het vernieuwde jaagpad tot Zwammerdam. Een saaie etappe vandaag langs een rommelige stadsrand en rivieroevers.

In Zwammerdam steken we eerst de brug over de Liende over en vervolgens die over de Oude Rijn.

De naam Zwammerdam doet denken aan Harry Potters Zweinstein. In verbeelding zie je heksen op bezemstelen over Zwammerdam vliegen. De associatie is natuurlijk ver te zoeken, maar toch.

Van Zwammerdam maken we een slinger naar Bodegraven, door de polders, maar helaas ook een flink stuk over een geasfalteerde weg, vanwege het broedseizoen. Langs de kant van de weg zien we aan weerszijden Zwarte Elsen. Sommige stammen zijn in zwart plastic ingepakt met daarop een tekst in het Duits. Veel asfalt dus vandaag, zelfs het pad over de Dammekade, haaks op de verkavelde weilanden die gescheiden zijn door slootjes, is geasfalteerd. We bereiken Gemaal Buleaus Brack, een oorspronkelijk stoomgemaal uit 1892, die 2 molens verving. Via de Vlietkade met de leuke piepkleine huisjes langs de Vliet die uitkomt in de Oude Rijn, wandelen we het al in oranjesferen uitgedoste Bodegraven in. We lopen nog even een kringloopwinkel in en scoren daar een mooi/lelijk (de meningen zijn namelijk verdeeld) stukje glaswerk. Terug bij de auto krijgen we een video van het telefoontje dat Velicia, onze kleindochter, van haar school kreeg. Ze is geslaagd! Hoera, we zijn trots op haar.

Related Images: