Achterveld – Kootwijk

Amersfoort – Achterveld

29 augustus 2019

Geïnspireerd door Eef, die nu het Pieterpad loopt, en Griet de Camino van Salamanca naar Santiago de Compostela, pakken wij het Marskramerpad vandaag weer op. De laatste etappe liepen we in mei 2018. Op ons gemak lopen we tegen 11 uur naar de Koemarkt, pakken tram 23 naar Rotterdam CS en zitten om 11:35 in de trein naar Amersfoort. Door de aantrekkelijke binnenstad, een aanrader, lopen we via één van de poorten richting Achterveld, waarbij we Leusden rechts van ons laten.

We lopen, gedeeltelijk gelijk op met het Utrechtpad, door het langgerekte park Randenbroek, gelegen aan de slingerende Heiligenbergerbeek. In de beek komen naast de kikker ook ringslangen voor. De oevers zijn beschermd gebied en mogen niet betreden worden. In het voorjaar broeden daar vogels. Het is een klassiek aangelegd park met heel veel soorten bomen, struiken, vogels en vleermuizen. Het is iedere keer weer een verrassing om een stad in of uit te lopen door zo’n groene long. We lopen langs kasteel Stoutenburg, dat door Het Utrechts Landschap wordt gezien als een centrum voor natuurontwikkeling, versterking van natuurwaarden en herstel van cultuurhistorische kwaliteit in dit deel van de Gelderse Vallei. Het bos rond het nieuwe huis Stoutenburg is grotendeels loofbos, met een ondergroei van stinsenplanten en een rijke vogelbevolking. Zo’n 5 km voor Achterveld drinken we koffie met gebak bij een pluktuin met theehuis, waarna we ons pad vervolgen langs de Barneveldse beek. Deze beek en zijn zijbeken zorgen voor een belangrijk deel van de afwatering van het centrale deel van de Gelderse Vallei.

De laatste kilometers lopen we over het asfalt langs een drukke, smalle sluiproute. De bezitters van het grote blik zijn geïrriteerd door het feit dat ze moeten afremmen voor een stel voetgangers. Hotel Roskam is ons oubollige, maar sfeervol overnachtingsadres. We worden hartelijk ontvangen en genieten van een goede maaltijd met een lekker wijntje op het druk bezette terras. Morgen lopen we naar Voorthuizen, bushalte Struik, zo’n 21 km.

Achterveld – Voorthuizen

30 augustus 2019

Na een schamel ontbijt gaan we op weg naar het Paradijs. Het natuurgebied Paradijs is de verzamelnaam voor diverse landgoederen. Onderdeel hiervan zijn Erica Noord en Erica Zuid en waren, de naam zegt het al, vroeger heidevelden. Het aangrenzende Landgoed Groot Bylaer is het derde landgoed dat bij het Paradijs hoort. De Grote- en de Kleine Barneveldse Beek, die door het gebied stromen, leveren een belangrijke bijdrage aan de paradijselijke omgeving. Ook het typische Kampenlandschap van De Gelderse Vallei komt hier goed tot zijn recht! Verspreid staande boerderijen, kleine akkers, vaak omgeven door houtwallen, beekdal, bosjes en vochtige heidegronden en weilanden. Het gebied kent een bijzondere flora en fauna, o.a. zonnedauw, adders, de ijsvogel, boomvalken en dassen voelen zich hier thuis. Van het paradijs lopen we naar de Appel, een bos/heide landschap, waar de heide het heeft afgelegd tegen het buntgras.

Onderweg stuiten we op twee zonderlingen uit Enschede. Ze vragen of we het Marskramerpad lopen. We bevestigen dit, waarop de vrouw antwoord dat als je met zijn tweeën loopt, je niet al pratende met zijn vieren kan oplopen, toch! Per slot van rekening ben je met zijn tweeën. De boodschap is duidelijk gemaakt en ze zetten er direct de turbo op, zodat we ze niet meer terug zien. Vreemd eigenlijk, want ze zeiden dat ze altijd heen en weer lopen, 10 km heen en dan dezelfde 10 km terug naar de auto. Tja, zo kom je wel aan je kilometers! Terschuur is helaas ten prooi gevallen aan ‘ontwinkeling’, geen bakker of café meer te bekennen, helemaal niets. Pas in Appel krijgen we koffie met cake, appelgebak en slagroom bij De Maaneschijn, een boerderijwinkel iets van de route af. We beginnen aan onze laatste kilometers voor vandaag langs de Appelsche Heide naar Voorthuizen. De Appelsche Heide is een natuurgebied tussen Appel enVoorthuizen, in de provincie Gelderland. In dit gebied komt onder andere dophei, kraaihei, snavelbies, klokjesgentiaan, wilde gagel en jeneverbes voor en er leeft ook, de voor Nederland zeldzame, heikikker.  In 1944 is op de Appelsche Heide ongeveer 40 ton aan gevechtwapens, sabotagemateriaal, sigaretten en medicijnen gedropt, ten behoeve van het Nederlandse gewapende verzet tegen de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog.

Bushalte Struik blijkt te zijn opgeheven in verband met de nieuwe weg rond Voorthuizen en dus moeten we door lopen naar het centrum van Voorthuizen, waar we de bus nemen naar het Kippendorp, om daar op de trein te stappen naar huis. We sluiten de wandeling af bij Petit Grand Café De Koemarkt, waar we tussen ‘echte schiedammers’ genieten van een goed biertje, wachtend op onze schnitzel en onze ogen uitkijken, terwijl André Hazes uit de boxen galmt.

Voorthuizen – Stroe

5 oktober 2019

Na dagen van regen en zelfs plotseling invallende kou, eindelijk een droge dag. Een ideale wandeldag, goede temperatuur, droog en af en toe zelfs een flets zonnetje. Een weekend op de Veluwe, 2 korte dagen Marskramerpad van respectievelijk 12 en 11 km, en zondag dompelen we onder in de luxe van Het Roode Koper in Leuvenum en laten we ons verassen in een proeverij. De start is paniekerig, Hans krijgt de sleutel niet in het slot van de autolift en ziet het weekend al in het water vallen. Ouderdom,  maar geduld blijkt een schone zaak. Terwijl An stuurt leest Hans de krant en bereidt zich voor op de wandeltocht. Op de fietsendrager staan de elektrische fietsen. We parkeren de auto op het eindpunt van de wandeling, in het bos, dat door doorsneden wordt door de Amersfoortse straat. De wandeling is een eitje, de omgeving betoverend, en vooral de talrijke paddenstoelen zijn schitterend. De rode paddenstoel met de witte stippen, waarop Kabouter Prikkebeen zat te wippen, staat er in overvloed.

Overal is het bos door evers omgewoeld. Ze wroeten in de bodem op zoek zijn naar voedsel. Dat kunnen eikels en beukennoten zijn, of, als ze wat dieper graven,  knollen of bodemdieren (zoals regenwormen). Ze graven soms tot wel 50 centimeter diep. We lopen langs de Appelsche heide, die helaas is uitgebloeid. Alleen hier en daar nog een paarse bloem, een laatbloeier. De heide ligt er armetierig bij. Het loof en het buntgras rukken op. Wie twijfelt er nog aan de te hoge stikstof? Alleen de veroorzakers en mensen die hun belangen vertegenwoordigen, de lobby. Helaas de natuur kan niet protesteren en het dagelijks leven ontregelen. Het is aantrekkelijk verkaveld landschap, een lappendeken van bos, weiden en heidevelden.

Dé sport hier is paardrijden. Bijna elk optrekje heeft een eigen stal en buitenmanege. In het bos sjokken de paarden met hun berijders, gezeten in het zadel, door het rulle zand. We overnachten bij ‘Vrienden op de fiets’, Steven en Nienke Pot, een echtpaar op leeftijd, dat bijsnabbelt door fietsers en wandelaars een dak boven hun hoofd te bieden. Gezellige lui. Leuke naam: S.Top. Alles is ook tip top verzorgd. We borrelen en eten gezellig in de Rotterdammer, een aanrader als je van simpel maar goed eten houdt. Het eetcafé was ooit van 2 Rotterdammers, maar nu in handen van een enthousiaste knul uit de omgeving. Aan de toog en in de rookruimte hangt de plaatselijke jeugd verveeld rond. Enkelen moeten om stip 12 uur thuis zijn. Ze zijn hier zeer christelijk. De  ontbijtwensen voor morgen, inclusief ei, is al opgenomen. We hebben slechts één zorg, wordt het een hard- of zachtgekookt ei? Dat is niet gevraagd. Mee krijgen we in ieder geval een Stroese Kegel, als ik de teksten in het bezoekersschrift mag geloven.

Stroe – Kootwijk

6 oktober 2019

Om kwart voor 10 parkeren we de auto aan de rand van de Brink in Kootwijk. Midden op de Brink staat de Hervormde kerk, met daarvoor symbolisch een beeldhouwwerk van schapen. Om 10 uur begint de dienst. De klok luidt. De stemmig geklede kerkgangers, man in pak met stropdas, vrouw in mantelpak met hoedje,  stromen toe. Wij stappen in onze wandelkleding op onze fietsen naar het punt waar we gisteren zijn gebleven. Zodra we daar aankomen begint het te druppelen en dit houdt ook niet meer op. We stappen flink door, de regen deert ons niet, het is fijn buiten. Als we de Tolnegenweg bereiken zien we in de verte Stroe liggen onder de A1 door. We steken het spoor over, langs ‘De Rotterdammer’, buigen linksaf en volgen enkele honderden meters het spoor, om na de ondergang van de N310 af te buigen het bos in richting het Kootwijkse veld, een uitgestrekt heidegebied dat we dwars oversteken. De zon probeert tevergeefs door de wolken te breken. We zien nog sporen van het boerenverzet tegen het ‘stikstof besluit’, dat de gemoederen in ons land hoog doet oplaaien. De Raad van State heeft gesproken. Veel projecten die (mogelijk) bijdragen aan nog meer stikstof in de lucht en de natuur aantasten, zijn voorlopig op ‘hold’ gezet. Omdat dit besluit het korte termijnbelang van diverse partijen raakt, loopt iedereen nu te hoop.  Uiteraard wordt aan de modellen en daarmee de wetenschap getwijfeld, maar voor een leek is zichtbaar dat de natuur lijdt onder de ingrepen en de uitstoot van stoffen van en door de mens en haar activiteiten. Twijfel zaaien is niet meer en minder dan framing. Helaas, de natuur kan het openbare leven niet ontregelen en openbare gebouwen, provinciehuizen of het Binnenhof bezetten.  Ons pad word gemarkeerd door een lange rij jonge eiken. Aan de overzijde lopen we een tijd langs de bosrand om snel het bos in te duiken richting Kootwijk. De herfsttinten zijn al zichtbaar. Fraai is het groen in het aangeplante eikenbos, de oorspronkelijke bewoner van deze streek. In het bos rapen we tamme kastanjes om thuis te poffen. Zagen we gisteren regelmatig wandelaars, vandaag is het stil onderweg, slechts een handjevol mensen die hun hond uitlaten of een rondje lopen om even een frisse neus te halen. Vlak voor Kootwijk houdt het bos op. We zien de schaapskooien waaraan Kootwijk haar naam ontleent (Cotevick, samentrekking van cot, kooi, en vick, wijk). Op de weiden rond Kootwijk lopen de paarden. De kerk is uit. Restaurant Brinkhof is zondags gesloten, maar Gasterij ’t Hilletje is open en serveert zalige lunchgerechten.

We halen de fietsen op en melden ons om 3 uur in Het Roode Koper. Onze kamer is in het voorhuis en heeft een schitterende badkamer met ligbad, waar An dan ook heerlijk gebruik van maakt. Om 6 uur melden we ons bij het restaurant voor het Proefdiner Nederlands Kookteam in voorbereiding op de IKA/Culinary Olympics in Stuttgart, van 14 tot 19 februari 2020. Het kookteam heeft er een feestje van gemaakt, na de amuse van bloemkool genieten we van de zacht gegaarde grietfilet met langoustine, krokante filo, bospeen, groene asperge, koolrabi, cresson en hollandaise, waarbij we een lekkere Terres Dorées, een Beaujolais Blanc van 2018, geserveerd krijgen. Voor An is de langoustine weggelaten, omdat zij allergisch is voor schaal- en schelpdieren. Het hoofdgerecht is Hollandse reerug met pistache, bitterbal van bout, tarte Tatin van sjalotten, crème van pistasche, aardappel kegel, rode biet en mini artisjok, in eigen jus. Hierbij drinken we San Cassiano, Valpolicella Superiore Ripasso 2015. Het dessert van ananas, kokos, zwarte peper, yuzu en pecannoot is verrukkelijk en hierbij krijgen we Chateau de la Peyrade, Muscat de Frontignan. Als de koffie met friandises wordt geserveerd ontmoeten we de chefs. We genieten en gaan lichtelijk aangeschoten naar bed. Al we dit teruglezen loopt ons het water weer in de mond.