Quito – Cotopaxi – Mitad del Mundo – Otavalo

Quito                                                                                                                                             

2-2-2019

Als we aan het ontbijt op de 4e verdieping zitten, zien we bij de busterminal ineens een brug, waar volop selfies gemaakt worden. We hebben tijd genoeg en besluiten nog even op onderzoek uit te gaan. Vanaf de  brug kijk je uit op de Rio Pastaza en 2 watervallen, en dat net om de hoek bij ons hotel. 

We douchen, pakken de rugzakken weer in en zitten om 10:40 in de bus naar Quito, zo’n 135 km en 3,5 uur rijden verder. De grijze wolken hangen laag over de bergen, het is benauwd in de bus. Terwijl ik wanhopig een level verder probeer te crushen en naar muziek luister, duikt An verder in het verhaal van Michelle Obama. Het landschap verandert niet echt, alleen zitten we wel weer 1000 meter hoger. De busterminal van Quito ligt een flink eind buiten de stad. Voor $ 0,25 p.p. kunnen we met de bus, maar moeten dan nog wel 8 blocs lopen naar het Yellow House Hotel, of we kunnen voor $ 10,- met de taxi voor de deur worden afgezet. We kiezen voor de taxi en zijn zeker dik een half uur onderweg. Het hotel is niet helemaal wat Booking.com ons voor spiegelde, de douche met toilet bevindt zich in een 2 meter hoge, glazen kooi midden in de kamer. Het plastic gordijn moet dan nog iets van privacy bieden. De Duitse eigenaresse en haar dochter zijn echter vriendelijk, behulpzaam en spreken Engels.

We zitten dan weliswaar op 4 km afstand van het centrum, maar wel midden in het trendy uitgaanscentrum van Quito, Plaza Foch. Restaurants, barretjes en disco’s, die zelfs om 6 uur ‘s avonds al open zijn. Op het plein veel ‘proppers’, jongens en meiden die met een menukaart in de hand mensen in hun restaurant proberen te lokken. Verder wordt er volop geflaneerd, de jeugd is op zoek naar een one-night stand. Bovenal veel lawaai, terwijl het politiekorps in de houding springt, wordt gecontroleerd en de laatste instructies voor vanavond krijgt. We strijken voor het diner neer bij Miskay, de no. 2 op TripAdvisor, en wat ons betreft flink overschat. Terug in het Yellow House vragen we de eigenaresse of ze misschien toch een andere kamer, met aparte badkamer, voor ons heeft. Ze aarzelt lang maar geeft ons dan kamer 13, met voorportaal, zijkamertje met een tafeltje en 2 stoelen en inderdaad, een aparte badkamer. De met aflatende dreun van de buurman, karaoke, krijgen we er gratis bij en sterft pas tegen 3 uur uit.

Cotopaxi                                                                                                                                        

3-2-2019

Om 5:45 loopt de wekker af, om 6:30 zitten we aan het ontbijt en om 7:00 stappen we in het busje van Golden Ecuador, voor een excursie naar het Nationaal Park Cotopaxi. Onze gids Patricio heeft er zin in en maakt op dit vroege uur al de meest flauwe grappen, zoals over vegetariërs die bij de lunch een guinea pig krijgen, want tenslotte zijn cavia’s ook vegetariërs. De eerste stop is voor het ontbijt, ergens langs de Panamerican Highway. Oeps, dat wisten we niet, we hebben al ontbeten. Het gezelschap is gemêleerd, vooral jongeren uit de hele wereld. Een Nederlands meisje uit Utrecht vertelt dat ze haar baan opgezegd heeft en 2 maanden door Ecuador gaat reizen. Een jongen uit Taiwan, die zich als een soort ijsbeer heeft uitgedost, vertelt dat hij voor een jaar in Ecuador is om alles te leren over de oesterteelt. Hij heeft nu een lang weekend vrij. Hij slaapt de hele rit en de hike keert hij na 10 minuten de rug al toe, geen zuurstof zegt hij en gaat terug naar de bus om verder te slapen.

De volgende  stop is het Laguna Limpiopungo, op 3800 meter, waarna we nog een keer een stop maken om 3 Nederlandse meiden af te zetten die hebben gekozen voor paardrijden. Via een verharde weg vol met keien, kuilen en scherpe bochten, worden we op een hoogte van 4300 meter afgezet en begint de hike naar de Refugio van José Ribas, op 4864 meter. Wij nemen de zigzag route, 1500 meter, het lijkt niet veel maar het is knap pittig en op deze hoogte is zuurstof schaars. De wolken hangen laag, het waait flink en het gaat ook nog regenen. Over onze donsjacks hebben we de windjacks aan, mutsen op en handschoenen aan. We nemen onze tijd, stap voor stap en daarbij je ademhaling onder controle zien te houden, want op deze hoogte wandelen zijn wij echt niet gewend. Als we eenmaal in de hut staan, beseffen we pas hoe nat en koud we zijn, maar ook trots. We drinken coke thee en warme chocolademelk en proberen onze regenjassen te laten drogen. Het is gezellig druk in de hut. De meesten van de ‘condorgroep’, zoals we genoemd zijn, is al vertrokken naar de gletsjer, nog een half uur verder omhoog. We sluiten niet meer aan, maar besluiten langzaam terug te lopen naar beneden, zodat we op ons gemak nog foto’s kunnen maken.

Als we de hut achter ons gelaten hebben kijken we nog een keer om en wacht ons een geweldig cadeau. De zon verdrijft de wolken, zodat de top van de Cotopaxi tevoorschijn komt. We zijn er stil van, wat mooi is dit, niet alleen de top maar ook de gletsjers! De afdaling gaat soepeler en geeft ons ook schitterende vergezichten. De wolken trekken weer samen, maar gelukkig blijft het nu droog. Eenmaal terug bij het busje geeft de Cotopaxi nog een kleine toegift en schittert ons nog één keer tegemoet.

Het busje daalt eerst een flink stuk, voordat de fietsen van het dak afkomen. Op ons en de Taiwanees na, gaat iedereen mountainbiken en komt gelukkig heelhuids beneden. We pikken de 3 meiden op, die ook een mooie tocht met de paarden hebben gemaakt, en via de Panamerican Highway rijden we terug naar Quito, maar eerst stoppen we nog voor een late, smakelijke lunch, daar waar we ook ’s ochtends hebben ontbeten. Aan het eind van de middag worden we voor de deur van het Yellow House Hotel weer afgezet.

Quito

4-2-2019

We zijn wantrouwend, of dat echt terecht is, heel vaak niet. Mensen spreken ons aan in een drukke stadsbus, in de kerk, midden op straat. Het voelt als opdringerig, je voelt je opgelaten. De vrouw in de bus ziet ons twijfelen waar we moeten uitstappen en schiet te hulp. De man in de kerk vraagt waar we vandaan komen en of wij ook van die mooie kerken hebben, het voelt niet echt goed. Op straat zijn ze opdringerig. Moeilijk om daar je weg in te vinden, want je bent ook op zoek naar goede informatie.

Na het ontbijt gaan we met de snelbus voor slechts $ 0,12 p.p., want we krijgen 65+ korting, naar downtown Quito. Op Plaza de Teatro stappen we uit. Het is druk. Om het Plaza Grande staan hekken. Aan deze kant is een demonstratie, voor het Presidentieel paleis een ceremonie met soldaten, paarden en folkloristische dans op vrolijke muziek.

Als An later aan één van de dansers vraagt welke muziek het was, tovert hij een cd uit zijn binnenzak, waarna hij en zijn vrouw haar omhelzen. Als ze weglopen roept hij An met een dikke knipoog nog na dat, als hij ooit naar Nederland gaat, hij zeker langs komt. We lopen de Parroquia El Sagrario in, maar de iets verder gelegen Iglesia de la Compañia, naar verluidt de mooiste kerk van het land, slaan we over omdat we geen zin hebben om $ 5,- entree p.p. te betalen.

We bezoeken wel de Iglesia en het Convento de San Francisco. In het klooster wonen nog steeds zo’n 30 monniken. Onze lunch is echt Ecuadoriaans, Bolonos de Verde en Tamal de Pollo, en een meelbal van aardappel, mais en kaas en een loempia van mais met kip en groente in een bananenblad. De kathedraal is op maandag gesloten, dat hebben we gelezen, maar dat het museum voor moderne kunst ook gesloten is, wordt pas duidelijk als we voor de gesloten deur staan, na 20 blokken de helling op gelopen te zijn. Van chagrijn breken we onze belofte, dat we na 3 kerken en een klooster vandaag geen kerk meer willen zien.

Na betaling van $ 2,- entree p.p. bekijken we de basiliek, waarvan eigenlijk alleen de gebrandschilderde ramen mooi zijn. ‘s Avonds halen we bij de Argentijn de schade van de lunch ruimschoots in. Als Hans na het eten om 2 espresso’s vraagt, knikt de ober en snelt naar de buurman, want zelf hebben ze geen koffie. Ondenkbaar in Nederland, toch!

Mitad del Mundo

5-2-2019

De dame achter de receptie heeft het vanmorgen koud en heeft een te kleine bodywarmer aan, die slechts een heel klein stukje dicht gaat. Daaronder een te strak shirtje met veel kant en vooral inkijk, zo’n beetje tot haar navel. Ik zeg nog ‘meid, trek een trui aan’, maar dat verstaat ze niet. Hans bestelt een omelet, maar ze weet niet wat dat is. Huevo, omelet, proberen we nog. Haar collega kan zich even losmaken van haar telefoongesprek en vraagt wat we willen. Omelet, ja natuurlijk, met jamón, en ze vertelt de rondborstige receptioniste dat ze een omelet moet bakken. Die begrijpt het nog steeds niet, maar ongeveer 40 minuten later heeft ze het voor elkaar. Een omelet, weliswaar zonder ham. Na het ontbijt lopen we naar Quito Tours, om de hoek, en melden ons aan voor de excursie van 12 uur naar de Mitad del Mundo, $ 20,- p.p., want weer krijgen we seniorenkorting. Andrea, onze gids op de Quito tourbus, praat onafgebroken, eerst in het Spaans en dan in het Engels. Ze legt van alles uit, maar het is teveel informatie om te kunnen bevatten. Ze noemt de nationaliteiten van de passagiers en vervolgens moet je voor elkaar klappen. Ook moeten we 4 woordjes leren en luid in koor nazeggen. Als we over de lijn noord-zuid rijden moeten we op haar derde tel allemaal roepen ‘Ecuador’. Zo niet ons ding! We voelen ons dan ook een beetje opgelaten. We zitten helemaal voorin, bovenin, wat ons een mooi uitzicht geeft. Fantastisch om te zien hoe de chauffeur de bus door het drukke verkeer loodst.

Als eerste rijden we naar de Mirador del cráter del Volcán Pululahua, met een diameter van ruim 4 km de grootste uitgedoofde krater van Zuid-Amerika. Op de bodem van de krater, die geheel in cultuur gebracht is, staan boerderijen, bewoond door oorspronkelijke bewoners. Het is niet toegestaan aan mensen van buiten om zich hier te vestigen. De kleinere vulkaan, in het midden van de krater, was 35 jaar terug nog actief. Het land en de hellingen zijn groen. In de krater hangen meestal wolken, omdat het er vochtig is, maar op de bodem is de temperatuur hoger, zodat de gewassen goed groeien. We rijden terug naar het Complejo Turistico Mitad del Mundo, waar de evenaar langs loopt. In 1736-43 heeft op deze plaats een Franse expeditie de exacte ligging van de evenaar bepaald. Dezelfde expeditie trok daarna over de Andes naar de Amazone, en bracht als eerste de rivier in kaart. Er staat een monument met de borstbeelden van de leden van de expeditie. In het monument, in de vorm van een piramide met 10 verdiepingen, zou volgens onze reisgids een tentoonstelling zijn over de diverse etnische groeperingen van Ecuador, maar de binnenkant van de piramide wordt momenteel verbouwd. Ook de lift is buiten gebruik. Op de 1e verdieping kun je nog wel allerlei proefjes doen die de werking van de zwaartekracht en magnetisme illustreren. Op het dak prijkt de wereldbol. Het uitzicht is de moeite meer dan waard.

Uiteraard maken ook wij foto’s waarbij we met één been op het noordelijk- en één been op het zuidelijk halfrond staan. Aardig detail is dat de naam Ecuador zoveel betekent als land van 2 gelijke delen. Dan rest ons niets anders dan langs de kermis van gele huisjes te slenteren, die gevuld zijn met restaurantjes en souvenirshops. In het knusse kerkje, waar ook precies in het midden de lijn tussen noord en zuid loopt, mag je zelf de klok luiden, die je dan ook constant hoort. In één van de expositieruimten zien we schitterend werk van de bekende Ecuadoraanse schilder Huacayñan.

Zijn museum in Quito moeten we nog gaan bezoeken, we zijn reuze benieuwd. Na nog een speciaal voor ons gemaakt vanille ijsje met cocos, moeten we om kwart over 5 weer verzamelen en rijden terug naar Quito, waarbij Andrea nog een soort quiz voor ons in petto heeft, om te kijken of we op de heenweg wel goed opgelet hebben. Tegen 6 uur zijn we terug bij ons hotel waar we op onze kamer kunnen meegenieten van de ‘artiesten’ in de naastgelegen karaokebar. Het is niet om aan te horen. ’s Avonds eten we pizza bij de buurman aan de overkant.

Quito

6-2-2019

We verkassen, we hebben het gehad met het Yellow House! De Duitse eigenaresse was op de dag dat we aankwamen supervriendelijk, behulpzaam en klantgericht. Na die ene keer hebben we haar nooit meer teruggezien, zij is vertrokken naar haar Heimat, en ook haar dochter verdween uit beeld. Het hotel wordt nu bestierd door 2, niet-Engels sprekende dames, waarvan de wulpse meer in zichzelf en haar lijf geïnteresseerd is dan in het hotel of de gasten en de andere aan één stuk door telefoneert, waar alles voor moet wijken. Vanmorgen, toen we ons meldden voor het ontbijt, stond er alleen nog koffie en bananen op de bar. Op de tafel wat boter en nog minder jam. Toen één van de dames uiteindelijk tevoorschijn kwam, kregen we een bordje met één broodje en dat was het dan. We besluiten direct te vertrekken en vinden een hostal, 2 blokken verder. We worden vriendelijk onthaald en het voelt direct goed. Na ons geïnstalleerd te hebben duiken we de stad in. We zoeken het avontuur en nemen de blauwe stadsbus 113. Op het menu staat vandaag als eerste het Museum voor Moderne Kunst. Het is open! De toegang is gratis, maar helaas is de toelichting in louter Spaans, er geen Engelse uitleg. Toch boeit het tentoongestelde werk. Het is van een geëngageerd kunstenaars collectief. Het centrale thema is de crisis die Ecuador in de begin jaren 90 trof en de aantasting van het leefmilieu van de indianen door de winning van olie. Tegelijkertijd toont het museum de ontwikkeling van de 5 kunstenaars. Intrigerend zijn de kubussen opgebouwd uit deels verbrande kranten. De brandlucht is nog penetrant aanwezig.

Na het museum lopen we in één rechte lijn naar de kathedraal. Fotograferen is hier verboden, maar An doet alsof ze de bordjes niet kan lezen en schiet flink wat plaatjes. We besluiten toch ook nog maar de mooiste kerk van Ecuador, de Iglesia de Compañia te bezoeken. Deze, door Jezuïten gebouwde kerk is niet zozeer mooi, maar eerder pompeus en kitscherig. Hier is het louter goud dat blinkt. Het katholieke geloof hecht aan decorum, rituelen, pracht en praal. Uiterlijke schijn. Luther heeft zich daartegen verzet. Na de beeldenstorm, was de pracht en praal verwijderd. Wat overbleef was een sobere kerk, die vaak in schoonheid niet onderdoet voor de kerken die gespaard zijn gebleven. Mij is het om het even. Hier in Zuid-Amerika zie je mensen, jong en oud, bidden. Ze geloven. Ze hebben iets gemeenschappelijks, een doel. Prima, zolang ze het doel mij maar niet opdringen en ze zelf leven naar de beginselen van hun geloof. Helaas is de praktijk meestal anders. Wereldwijd wordt door de eeuwen heen het geloof met geweld aan ongelovigen opgedrongen. Daarnaast is huichelarij iets dat onder alle geloven voorkomt.

Via de Calle Junin, tot nu toe voor ons de mooiste straat van Quito, lopen we naar de busterminal Marin los Chillos, waar we de trolleybus naar ons nieuwe hostal nemen. Als we in de bus zitten komt de regen komt met bakken uit de lucht. Gelukkig klaart de lucht, letterlijk en figuurlijk, op. Het fijnstof slaat neer. Quito kent heel veel blauwe stadsbussen, die als ze optrekken zwarte walmen uit blazen, die je de adem benemen. Op naar elektrische stadsbussen! We eten bij La Petite Mariscal, heerlijk bij de open haard, en sluiten af met een espresso. Ineens, na 8 weken, krijgt Hans visioenen van zijn zo geliefde speculaasjes bij de koffie. 

Pichincha

7-2-2019

We hebben prima geslapen. Ons nieuwe Hostal Alcalá ligt net wat verder weg van het Plaza Foch, zodat we gelukkig geen last meer hebben van de vals zingende enthousiastelingen in de karaokebar. Na het ontbijt gaan we met Uber naar de Teleférico, een kabelbaan die je in 6-persoons gondel in ongeveer 18 minuten 2500 meter hoger brengt, naar 3966 meter. Grappig is dat alle gondels die naar beneden komen grondig worden geschrobd en schoongespoten, voordat de nieuwe passagiers mogen instappen om naar boven te gaan.

De tocht is mooi, de zon schijnt en Quito wordt steeds kleiner. Boven lopen we in de richting van de vulkaan Pichincha, waarvan de top ruim 500 meter hoger ligt en beklommen kan worden. Duur 3 uur en 45 minuten voor de geoefende bergsporter. Een gids wordt aangeraden, evenals een goede uitrusting. Als we omhoog lopen schijnt de zon en hebben we een weids uitzicht op Quito in het dal en de vulkaan en het haar omringende gebergte. Op Maps.me staat aangegeven ‘mirador vulcano’. We lopen tot iets voorbij dat punt, tot 4252 meter. Van daar is het nog 3 uur naar de top. Het trekt dicht, de top is nu gehuld in de wolken. Plots begint het te hagelen. We keren om, terug naar de Teleférico.

Boven Quito barst het onweer los, de donderslagen volgen elkaar snel op. Het houdt ook op met zachtjes regenen. Terug naar beneden hebben een gondel voor ons 2-en. We hebben nog geen meter zicht, we zitten stijf in de wolken. Tot 2 keer toe stopt de gondel en schommelt hevig. De tegemoetkomende gondels zijn allemaal leeg, er is geen hond meer die naar boven gaat met dit weer. Eenmaal beneden begint het echt te hozen. Zolang we in Zuid-Amerika zijn hebben we dit nog niet meegemaakt. We nemen een taxi, maar de chauffeur weet de Calle Luis Cordero niet te vinden, wel Plaza Foch. Als hij ook dat plein voorbij rijdt en de verkeerde kant op opgaat, manen we hem te stoppen. We rekenen af en lopen als verzopen katten naar ons Hostal Alcalá. Bij de buurman kopen we voor de lunch chips, drinkyoghurt en pinda’s. ’s Avonds eten we zalige spareribs.

Otavalo

8-2-2019

Na het ontbijt laten we onze rugzakken achter in Hostal Alcalá en nemen trolleybus C5 naar Terminal Terrestre Carcelen, van waar de bus naar Otavalo vertrekt. We verlaten de stad en rijden over een schitterende, nieuw in de bergen aangelegde weg naar het noorden. In de verte zien we het vliegveld liggen en na ongeveer 1 uur rijden we langs de eindeloze rij van plastic kassen, waar rozen worden gekweekt. Na 2,5 uur rijden we Otavalo in en gaan we op zoek naar ons hotel La Playita de Monse, waar we voor de komende 2 nachten een kamer geboekt hebben. Als we door de armoedige, onafgebouwde wijk lopen vragen we ons af wat ons te wachten staat, maar dat valt reuze mee. We krijgen wat er beloofd wordt, namelijk een mooie kamer, zwembad, bubbelbad, sauna en Turks stoombad.

Na een lunch tussen alleen locals maken we daar dankbaar gebruik van. Daarna lummelen we tot het diner op onze kamer.

Otavalo

9-2-2019

We maken ons op voor de bekendste markt van Ecuador. De markt op zaterdag is veel groter dan die op de andere dagen. Het kloppend hart is Plaza del Poncho’s, maar ook in de straten daarom heen staan mannetje aan mannetje de kraampjes. Verder zijn er ook de ambivalente verkopers, die hun waar onder hun arm meenemen of achter zich aanslepen. Het is druk. Alles is te koop. De markt in de straten wordt druk bezocht. Op de Plaza del Poncho’s, elke dag aanwezig, is het wat stiller. Deze markt is in handen van een aantal families. Het gaat hier van vader op zoon en van moeder op dochter.

De souvenirs zijn van goede kwaliteit en goedkoper, zeker na het afdingen, dan waar ook in Ecuador. We slaan volop in, een vogeltje voor Guido, voor ons zelf een dromenvanger, kussenovertrekken, stof voor een tafelkleed, armbandjes, een tekening en een lijstje hiervoor. Op alles dingen we af. Soms zoveel, dat het bijna zielig is, maar toch zijn de locals blij dat ze iets hebben verkocht. We slenteren over het hele terrein. Het is gezellig en onderhoudend. We leren Otavalo wat beter kennen.

Buiten de markt zien we mooie muurschilderingen en een galerij, we bekijken de 2 parken van Otavalo, 1 klein en 1 groter, druk bezocht door de locals en zijn getuige van een huwelijk in de Iglesia Santuario del Señor de las Angustias. Aan de overkant van het plein kijken we nog even in de Iglesia El Jordan. Het levert allemaal mooie plaatjes op.

Otavaleños zijn de laatste afstammelingen van de öre-Incastam de Cañari. Toen de Inca’s optrokken naar het noorden stuitten ze op het koninkrijk Quito, waar de Cañari heersten. Het rijk viel in handen van de Inca’s, maar de bewoners konden zich terugtrekken in Otavalo en directe omgeving. De indianen onderscheiden zich zowel in uiterlijk als in klederdracht van  de andere stammen. Ze zijn klein en hebben een gedrongen lichaamsbouw. Mannen dragen witte broeken met een grijze of blauwe poncho; hun lange haar dragen ze in een vlecht. Vrouwen dragen witte, kleurig bestikte blouses, een zwarte rok en goudkleurige halssnoeren. Ondanks hun zelf bewuste houding zijn ze super vriendelijk. Ze zijn bekend om hun weefkunst. Veel muziekgroepen die in indiaanse klederdracht door Europa trekken komen uit Otavalo. Als ze genoeg geld hebben verdiend keren ze terug naar Otavalo en kunnen dan huizen bouwen voor zichzelf en hun familie. Het is een mooi en trots volk. Tegen 4 uur zijn we het zat, keren terug naar ons hotel en duiken de Spa in. ’s Avonds eten we bij hetzelfde restaurant als gisteravond. Op straat is het stil. De rolluiken zijn gesloten. Het is uitgestorven. Terug naar ons enigszins afgelegen hotel hou ik mijn hand steviger dan anders op mijn portemonnee.  

Quito 

10-2-2019

De weg van Otavalo naar Quito is, vooral als we dichter bij Quito komen, spectaculair. De weg slingert door het Andes gebergte. Het is een sterk staaltje civiele techniek. De vergezichten zijn mooi. Vlak bij Quito zie je mooi de internationale luchthaven liggen. Met de trolleybus rijden we het laatste stuk naar Hostal  Alcalá. Het is 1 uur. We brengen onze was naar de lavanderia, ze kennen ons al. We betalen $ 4,- voor 8 kg wasgoed en morgenochtend om 10 uur kunnen we het ophalen. Vervolgens nemen we de trolleybus naar BellaVista om van daar uit naar het Museo Capilla del Hombre te gaan, waar we het schitterende werk van de bekende Ecuadoriaanse schilder Guayasamín bewonderen. Overal ter wereld hangt zijn werk. We ontkomen niet aan een bezoek aan zijn woning, onder begeleiding van een gids. Een riante woning, door hem zelf ontworpen, vol precolumbiaanse- en religieuze kunst. De video, waarin Guayasamín vertelt over zijn werk en zijn verzamelingen, is interessant. Het mooist is zijn werkruimte/atelier, dat nog in dezelfde staat is als toen hij stierf. Prachtig is de video die laat zien hoe hij de flamencogitarist Paco de Lucia schildert. Hij deed er 2 uur over. Het doek staat nog steeds in zijn atelier. Hij heeft zo’n 6000 werken gemaakt, waarvan alleen het werk dat in zijn bezit was, nog in Ecuador was. Ruim voor zijn dood besloot hij daarom zijn hele bezit, inclusief zijn woning, aan de Staat achter te laten. Hij was 3 keer getrouwd, maar de laatste 20 jaar van zijn leven verbleef hij alleen in Quito, in dit huis. Langzaam werd hij blind en zou daaraan in Baltimore geholpen worden, maar de avond voor zijn operatie stierf hij aan een hartaanval.

Het Museo Capilla del Hombre is pompeus en indrukwekkend en mede door hem bedacht en ingericht. Zijn werk komt in dit museum schitterend tot zijn recht. Wij zijn erg onder de indruk van zijn werk en kunnen dan ook de verleiding niet weerstaan een zeefdruk van hem te kopen voor in Schiedam, naast de Maulwurff.

Met de trolleybus rijden we terug naar het park, maar als we daar aankomen worden de stalletjes al ontmanteld, de kunstmarkt is afgelopen. We besluiten bij een Italiaan op de route naar ons hostal een hapje te eten. Fout! De pasta marisco en de lasagne drijven in het vocht van de in de magnetron ontdooide saus en is smakeloos, evenals de rode wijn en de espresso, die oploskoffie in een espressokopje blijkt te zijn. We moeten $ 42,50 afrekenen, inclusief $ 3,— tax; de wijn kost $ 7,— per glas. Wijn in Ecuador is niet goedkoop, maar tot nu toe hebben we in betere restaurants voor betere wijn nog nooit zoveel per glas betaald. Pure rip off, we voelen ons belazerd.

Quito

11-2-2019

Vandaag onze laatste dag in Quito. Weinig verheffend, met als enige hoogtepunt de handtas voor An. Casa Egas, een gerestaureerd, koloniaal pand waar het werk van de Ecuadoriaanse schilder Egas hangt, blijkt dicht te zijn. De Mercado San Francisco is sfeerloos en valt zwaar tegen. Terug naar ons hostal besluit Hans dat we met de trolleybus vanaf San Roque gaan. Een flinke tippel en de wijk is weinig uitnodigend, voelt niet goed aan. De volgens Hans op de plattegrond vermelde trolleylijn blijkt nog niet te zijn aangelegd of al weer verdwenen, dus moeten we helemaal terug lopen. Goed voor de stappenteller, zullen we dan maar denken.

We hebben Quito gezien, het is een mooie stad gelegen in het dal met uitzicht op de Andes, prachtige doorkijkjes, maar het wordt tijd voor ons volgende avontuur, de rugzakken zijn al gepakt. Morgen gaan we naar de Galápagoseilanden.