Puno – Lago Titicaca – Pukara – La Raya – Ragchi – Andahuyalillas

Puno                                                                                                                                             27-12-2018

Het ontbijt doet niet onder voor het diner, pannenkoeken, warme broodjes met ei en jam, yoghurt, banaan, koffie en coke thee, en dat voor slechts 10 Sol, ofwel € 2,40 p.p.. Het enige nadeel is dat we vóór 8 uur moeten ontbijten. An gaat nog even terug naar bed terwijl ik in de tuin ga tekenen. Om half 11 zijn de rugzakken ingepakt en lopen we het uitgestorven dorpje in. Eén van de torens van de kerk is door de laatste aardbeving flink geraakt en wordt gestut. De kerk heeft een simpele schoonheid, geen goud dat blinkt, maar mooie kleuren en fraai uitgedoste beelden. Dit is de eerste kerk die we tegenkomen waar echte kaarsen zijn en dus steken we er één op voor onze familie en vrienden.

Het kleine museum laat ons in het kort kennismaken met de Inca cultuur. De zon is al achter de wolken verdwenen en de steeds dieper grijs worden wolken nemen ons flink te grazen als we het museum verlaten. Met de taxi gaan we naar Chivay, waar we met veel moeite een ATM vinden, een broodje eten en de bus pakken naar Puno, zo’n dikke 7 uur rijden. De bus vertrekt stipt op tijd. We stijgen naar boven de 4900 meter, de vergezichten zijn prachtig, zeker de besneeuwde bergtoppen. Het sneeuwt zelfs op hoogte, dat langzaam overgaat in regen. De eerste stop is na 1,5 uur bij mooie, door de wind gevormde rotsformaties, waar we wat kunnen drinken en An de verleiding van een paar Peruviaanse moffen niet kan weerstaan. De volgende stop is bij een klein meertje, waar we in de verte flamingo’s zien. De 3e stop is op 4444 m bij het hoogste meer van Peru, Lagunillas. We nemen snel een foto en schieten dan de bus weer in, het is koud en het regent. De temperatuur ligt tussen de 8-10 graden, maar de gevoelstemperatuur is niet meer dan 0 graden.

Onderweg zien we lama’s, alcapa’s en schapen. Als de schemer valt, vallen de passagiers in de bus in slaap. Pas tegen 8 uur worden we naast de kathedraal in Puno, midden op straat, afgezet. Het is donker en taxi’s rijden je van de sokken. José, van het reisbureau waar we de excursie voor morgen boekten, pikt ons op. Hij vraagt welk hotel en zegt dat Suitos Antonios hier slechts 3 blokken vandaan is. Taxi of lopen, vraagt hij. Lopen natuurlijk, wij zijn zuinige Hollanders. Dom! Met de kleine rugzak op mijn buik en de grote op mijn rug ben ik na 10 meter al kapot. De banden knellen, het lijkt of ik stik en ik hijg als een pospaard. Ik verman mezelf. Ondertussen komt er iemand op mij af en laat me vreselijk schrikken. Hij maakt rare, onvriendelijke gebaren. Ik voel me kwetsbaar. Gelukkig is het hartje centrum met veel politie op straat, maar toch. De straten zijn smal. Het is druk en de straat is slechts schaars verlicht. Ik haal diep adem en vervolg mijn weg weer. An en de gids ben ik uit het oog verloren. An strijdt haar eigen strijd. Ik ben kapot als ik aankom in het hotel en laat me doodop in een fauteuil neervallen. An handelt de formaliteiten af. Ze krijgt de sleutel van kamer 301, 3e verdieping. Serieus vraagt ze nog of er een lift is! Niet dus! Gelukkig brengt de receptionist mijn rugzak naar boven. Eenmaal boven ben ik opnieuw buiten adem. Puno ligt op ruim 3800 meter, wellicht is het toch de hoogte die ons parten speelt. We hebben een heuse suite, groot maar erg ongezellig. We lopen de stad in voor een snelle, smaakvolle hap. De hele nacht lig ik te draaien en te woelen. Midden in de nacht rond ik de topintegraal kerstdrive van BIC af, ik eindig op de 68e plaats van de ruim 3000 deelnemers, 2 plaatsen boven Berry, die de spellen van commentaar voorziet. Mooi resultaat, maar het had toch beter gekund.

Lago Titicaca                                                                                                                           28-12-2018

Een busje brengt ons naar het Lago Titicaca, waar we inschepen op de Andino voor een 2-daagse excursie. De grens met Bolivia loopt door dwars het meer en het grootste eiland Cumana, ligt ook in Bolivia. Als eerste bezoeken we de Islas Flotantes Uros. Elk eiland hier heeft zijn eigen president, die ieder jaar opnieuw wordt gekozen, het is een erebaan. Hij legt ons uit hoe een eiland in 6 maanden wordt gebouwd, van blokken veen met kruislings daarop riet dat groeit langs de oevers van het meer, zeker 8 lagen. De eilanden gaan zo’n 35 jaar mee. We worden uitgenodigd om de huisjes te bekijken en eenmaal binnen wordt het handwerk uitgespreid en ontkom je er niet aan wat te kopen.

Op het 2e drijvende eiland kopen we een kop koffie. In de bar kun je zelfs, tegen betaling uiteraard, een stempel in je paspoort krijgen. De eilanden zijn authentiek, maar zijn helaas uitgegroeid tot één grote toeristenindustrie, waarvan wat mij betreft de grens is overschreden, met als hoogtepunt een vaartocht in een olijk geel/oranje gevaarte op 2, van riet gemaakte en met elkaar verbonden prauwen, voortgeduwd door een polyester bootje met 6 PK buitenboordmotor. We varen verder naar Isla Amantani, het 2e grootste eiland van het Lago Titicaca. Ondanks de regenvoorspelling is het schitterend weer en zitten we het grootste gedeelte op het achterdek. Na een goede 3 uur varen worden we in de haven van Isla Amantani opgewacht door de mama’s en papa’s, waar we in eenvoudige huisjes met elektriciteit, maar geen stromend water zullen logeren. Wij worden, samen met Chris en Rachel uit Manchester, ingedeeld bij mama Emenegilda, die ons al breiend moeiteloos naar haar huisje leidt, waarbij ze onderweg diverse malen moet stoppen om ons op adem te laten komen. We stijgen zo’n 150 meter. Het meer ligt op 3800 meter boven de zeespiegel.

Het huisje is inderdaad simpel, maar onze kamer is fleurig en we hebben een prima bed. De wc-pot met daarnaast een grote waterton is buiten. Mama roept ons voor de lunch in haar zwart geblakerde keuken. Ze kookt binnen op hout. We genieten van de soep, gevolgd door de rijst met aardappel en gebakken kaas.  Chris en Rachel vertellen over hun zwerftocht door dit werelddeel. Ze hebben hun baan opgezegd en zijn nu al 6 maanden op reis. Na de lunch wassen zij af, zittend op de grond met 2 teilen water. Na de lunch vecht ik tegen de slaap en net als ik in mijn dagboek wil gaan schrijven, klopt mama op de deur voor de hike naar de tempel op één van de 2 toppen van het eiland. We verzamelen ons op het betonnen sportveld, met heuse tribunes, waar door de mannen nog even een balletje wordt getrapt. Gezamenlijk gaan we naar de top van het eiland, nog zo’n 120 meter stijgen. De gids geeft uitleg over de sociale structuur van het eiland, hoe de bevolking hier leeft van de landbouw, kleinschalige visvangst, het toerisme en over de bruiloften, die hier 3 tot 5 dagen duren en een hoogtepunt vormt in hun sobere leven. In ons eigen tempo lopen we stap voor stap naar boven.

Het uitzicht is fenomenaal, de tempel zelf valt tegen, maar de toegangspoort is fotogeniek. Een mooie plek om de zon onder te zien gaan. Zoveel geduld hebben we echter niet, het wordt koud en gaan terug naar mama. We rommelen wat aan tot het diner. Chris en Rachel hebben mama geholpen met de voorbereiding van het diner. Opnieuw soep, daarna rijst met aardappelen, groente en kip en thee toe. Wij wassen nu af. Na de afwas brengt mama ons traditionele klederdracht, we gaan naar een dansfeest in het dorpshuis.

De mama’s en papa’s zitten met hun gasten op banken langs de muren en als de band arriveert en de muziek losbarst, moeten we, of we willen of niet, met de beentjes van de vloer. Dodelijk vermoeiend voor ons, maar niet voor mama. Ze heeft het geweldig naar haar zin. Ik koop voor haar een coca cola. Ze deelt dat met haar dorpsgenoten. Voor mezelf koop ik een halve liter bier, dat ik na een klein glaasje eveneens weggeef. Uiteraard wordt het ook gedeeld. Het is de mentaliteit op het eiland, alles delen en voor elkaar zorgen. Als sinds de Inca’s. 

Lago Titicaca                                                                                                                            29-12-2018 

Als ontbijt krijgen we pannenkoeken van mama. Om half 8 verzamelen we ons bij de haven. Het is een uurtje varen naar Isla Taquille. De gids roept door de microfoon ‘hey guys, only 100 steps up’. Het blijkt 3 km te zijn, waarbij we zo’n 120 meter stijgen, naar de andere kant van het eiland. Er wonen hier 3000 mensen en er is geen gemotoriseerd verkeer. Op het marktplein worden we verwelkomd door de souvenirverkopers. We stijgen verder naar 3975 meter en krijgen een smaakvolle lunch geserveerd, terwijl onze gids de verschillen tussen de diverse mutsen uitlegt.

De vorm en de kleur verraadt de positie en de huwelijkse staat. De eigenaar van het restaurant demonstreert hoe je van een vetkruid shampoo maakt, en wast er vervolgens een smerig stukje schapenwol spierwit mee. We lopen aan de andere kant de berg af, waar de Andino al op ons wacht. Grote paniek aan boord, want de Chinees met dreadlocks wordt vermist. Ook bij de lunch was hij er niet. Zijn rugzak is nog wel aan boord. Na een half uur wordt zijn signalement doorgegeven aan de andere gidsen en vertrekken wij richting Puno, zo’n 2 uur varen. Als we in Puno aankomen is de zon achter de dreigende wolken verdwenen en is het koud. Opnieuw nemen we onze intrek in Suites Antonios, een kleinere kamer nu en op de 1e verdieping.

We bezoeken de Basiliek Kathedraal op de  Plaza de Armas en slenteren wat door de stad. Bij de Iglesia de San Juan vertrekt een processie, Maria werd door de stad gedragen op de klanken van een drumband en oorverdovend vuurwerk, terwijl fraai in het wit geklede meisjes en jongens de kerk inlopen, zij doen hun heilige communie. Als we zitten te eten komt er een optocht door de straat met fraai uitgedoste mensen en krijgers die dansen op de muziek van de fanfare. Ondanks deze processies blijf ik het een ongezellige, sombere, grijsgrauwe stad vinden.

Pukara – La Raya – Ragchi – Andahuyalillas                                                          30-12-2018

Het is half 7 als José, onze local guide, verschijnt, ‘vamos, vamos’, we moeten opschieten. De wereld op zijn kop, want tot nu toe zijn zij altijd  te laat op de afgesproken tijd. Later wordt duidelijk waarom hij haast heeft. De bus vertrekt om 6:50 uur, inchecken 6:25 uur. Hij heeft zo laat mogelijk afgesproken omdat hij gisteren een familiefeestje had met lekker eten en waarbij de drank rijkelijk vloeide. Het feest duurde tot in de kleine uurtjes. Met een taxi brengt hij ons naar de busterminal. Hij haalt onze tickets, maar voordat hij ze aan ons overhandigt, zegt hij dat wij de taxi moeten betalen. Opnieuw worden we dus beduveld, maar het Santiago gevoel zegt ‘laat maar’.

Met de Inka Express gaan we vandaag naar Cusco, 387 km met 5 stops onderweg. De eerste stop is in Pukara, waar we een vaag, klein museum bezoeken over de Peruviaanse cultuur 500 jaar na Christus, dus ruim voor de Inca’s.

Wat mij het meest bijblijft zijn de overeenkomsten tussen de cultuur van de oude Egyptenaren en dit volk. Je kunt het je niet voorstellen, maar deze 2 volken op 2 heel verschillende continenten hebben kennis en ervaring (verafgoding, bouwkunst) gedeeld. De bus hobbelt verder naar de 2e stop, La Raya, op 4335 m, waar we 5 minuten krijgen om foto’s te maken van de besneeuwde bergen.

Onderweg deelt de stewardess drankjes uit. De 3e stop is voor het lunchbuffet. De 4e stop is in Ragchi, waar we de resten van de tempel bekijken die gewijd is aan Wiracocha, de oppergod van de Inca’s.

We rijden tot de pas over de pampa. Hier zien we veel kleine boerenbedrijven, Gemengde bedrijven, veeteelt en akkerbouw. In het veld liggen indianen die waken bij hun dieren, alcapa’s, schapen en koeien. Het is een hard bestaan, maar dat geldt ook voor de steden. Daar wemelt het van de straatverkopers en sjacheraars. De economie van een overbevolkte 3e wereldstad. Overal wordt, gezeten op kleine krukjes, gegeten. De mensen zijn 7 dagen per week en 24 uur per dag bezig om te overleven. Als het heeft geregend maakt dat de stad nog rommeliger en troostelozer. De 5e en laatste stop is in Andahuyalillas, waar we de kerk bezoeken.

Eén van de mooiste voorbeelden van Andean religieuze kunst, een juweel van barokke architectuur. De gids trekt een vergelijking met de Sixtijnse kapel, maar dan doet hij beide tekort. De muren en plafonds in de kerk zijn beschilderd met fresco’s. De kerk is gesticht door de Jezuïten. Zij hadden affiniteit met de locale bevolking, ze leerden hun taal. In de fresco’s zijn ook de symbolen van de locale bevolking verwerkt, waaronder zeemeerminnen. Later hebben de Dominicanen grote schilderijen, vervaardigd door Peruviaanse schilders, toegevoegd, die het levensverhaal van de 2 apostelen vertellen. Het altaarstuk is barok, rococco, met ook weer elementen van de plaatselijke bevolking daarin verwerkt. Het is nu nog 1 uur naar Cusco en al snel bereiken we de buitenwijken. Bedrijven hebben zich gevestigd langs de weg. Overal wordt gebouwd, maar bijna niets is af. Vaak staat alleen de 1e of 2e verdieping en daarboven steekt de bewapening dan uit, met op de staaldraden petflessen. Als de eigenaar weer genoeg geld heeft gespaard wordt het afgebouwd. Ik zie zelfs een trappenhuis voor 6 verdiepingen, maar met slechts 3 woonlagen. Het is geen gezicht. Tussen deze huizen zien we bouwvallen van adobe en zinken daken. De daken, geschonken door de Japanners, zijn heet in de zomer en lawaaiig in de regentijd; oorspronkelijk werd riet gebruikt. Al met al maakt het een rommelige indruk. Af en toe zijn de bouwwerken gepleisterd, geschilderd in vrolijke mediterrane kleuren of betegeld. Bijzonder is het dat bewoners voortdurend bezig zijn hun stoepje schoon te vegen. Zelden heb ik zo treffend het spreekwoord ‘dweilen met de kraan open’ verbeeld zien worden. We nemen onze intrek in Amaru Colonial, een oud koloniaal huis. We hebben een mooie kamer met balkon, maar helaas geen WiFi op de kamer.

We eten bij Organika, aangeraden door het sympathieke stel Chris en Rachel uit Manchester en de receptioniste. Inderdaad een aanrader, de sfeer is prima, vriendelijke bediening en overheerlijk eten. De fles wijn uit de Ica regio van Peru maakt het feest compleet. Morgen is het oudejaarsdag. We zijn druk bezig met het ontwerp voor onze nieuwjaarswens op de IPhone, het is priegelwerk.

Cusco