Galápagos

Isla Santa Cruz

12-2-2019

Om 10 uur stappen we in de taxi in Quito, om 8 uur later en $ 287,– armer in The White House in Puerto Ayora, Isla Santa Cruz, in te checken. De vliegtickets hadden we in Nederland al geboekt en betaald. De taxirit naar het vliegveld met de Venezulaanse Uber taxichauffeur is spannend; als een gek scheurt hij over de nieuwe snelweg naar het vliegveld, links of rechts inhalen, het is hem om het even, hij volgt de ideale lijn. Het inchecken gaat met horten en stoten.

Eerst moeten we $ 20,– p.p. betalen voor een verblijfsvergunning.  Daarna worden de rugzakken gecontroleerd en verzegeld. De labels voor de bagage moeten we zelf uitprinten, gevolgd door de gebruikelijke controles. De vlucht verloopt stipt en zonder problemen. Vlak voor de landing wordt alle handbagage in de lockers bespoten, om eventueel ongedierte te bestrijden. Na de landing moeten we door een bak met vloeistof lopen, om de zolen van je schoenen te desinfecteren. Leuk, bewonderenswaardig, maar wat ons betreft ook flauwekul, want in onze rugzakken zitten nog de Crocs slippers, de sandalen en waterschoenen. Tel uit je winst.

Bij aankomst op Aeropuerte Seymour van Isla Baltra moeten we cash $ 100,- p.p. entree voor het Nationaal Park Galápagos betalen, pinnen is niet mogelijk. We hebben niet genoeg cash bij ons en we krijgen onze paspoorten niet terug voordat we betaald hebben. Hans mag wel de terminal uit om te pinnen. Ondertussen is de bagage in de hal gearriveerd. Drugshonden snuffelen en blaffen. Als Hans terugkomt en betaald heeft gaat het allemaal snel. Bussen staan klaar om ons naar de Baltra steiger te brengen. Daar liggen de boten klaar die ons in een minuut of 10 naar de overkant varen, waar de bussen al weer klaar staan om ons naar Puerto Ayora te brengen.

De bus stopt in het centrum, de laatste 250 meter naar Hostal White House moeten we lopen. De kamer is prima, groot, schoon en voorzien van airco, want het is hier meer dan 30 graden C, een stuk warmer dan in Quito. WiFi is waardeloos op de Galápagos. We verkennen Puerto. De avond valt hier vroeg, al om 6 uur, op de Galápagos is het één uur vroeger dan op het vasteland. We eten en drinken in een trendy tent langs de kust, de terrassen zijn op de zee gericht. De prijzen zijn minstens het dubbele van in Quito, maar daar waren we al voor gewaarschuwd.

Isla Santa Cruz

13-2-2019

Op het menu staat vandaag Tortuga Bay. Het pad er naar toe is 2,4  km en begint even buiten het dorp. Bij de controlepost moeten we ons inschrijven. Links en rechts van het pad groeien tussen de lavastenen bomen, struiken en cacteeën. De cacteeën zijn tientallen jaren oud. De stammen zijn verhout en hebben prachtige vormen.

Daar tussendoor scharrelen de lavahagedissen. Ze poseren voor de foto. Ook de vogels zijn goed te benaderen. We zien vinken, de Galápagos mocking birds en nog vele andere, helaas niet thuis gebrachte soorten. Het pad mondt uit op een hagelwit tropisch zandstrand, waarop de surfgolven stuk slaan en waarboven pelikanen en fregatvogels zweven. De rode vlag is gehesen. Zwemmen wordt vanwege de sterke stroming afgeraden. Op het strand kruipen honderden forse zeeleguanen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Ze bewegen traag maar als een kind ze achterna zit ontwikkelen ze ook op het land een behoorlijke snelheid.

Over de lavastenen kruipen en springen de Light Pot krabben en langs het water trippelen de strandlopers en foerageren de wulpen, die lukraak in het zand pikken. Langs het strand lopen we door tot Playa Mansa, een lagune met lauw water, schoon zand en aan de rand bomen die wat schaduw bieden. Speciale palen met haken zijn in de grond gezet, want het is niet toegestaan kleren, rugzakken e.d. in de bomen te hangen. Een parkopzichter ziet er op toe dat dit dan ook niet gebeurt. De enige dissonanten zijn de steekvliegen.

Het snorkelen valt hier tegen, maar als we teruggaan, komen we langs een kleine lagune waar we besluiten nog even af te koelen. In de lagune zitten 4 baby haaien van zo’n 50/60 cm en mooi gekleurde vissen, die door het wier op de lavastenen zwemmen. Schitterend. De wandeling terug is even fascinerend als de heenweg. We genieten met volle teugen. Onderweg kopen we bier en 7-up, dat we in de tuin van ons hostal opdrinken, die helaas is ingenomen door een zestal, luidruchtige, zeer aanwezige Russen. ’s Avonds eten we bij een kippenrestaurant bij ons in de straat. Goed eten en voor een schappelijke prijs.

Isla Santa Cruz  

14-2-2019

Als Hans om 8 uur zijn koffie gaat halen hebben de Russen, schoon gewassen en alweer luidruchtig, de tafels voor hun ontbijt versjouwd naar de tuin. Het Duitse echtpaar, dat tot de komst van de Russen de boventoon voerde, is opmerkelijk stilgevallen en komt pas weer tot leven als de Russen zijn vertrokken. We gaan op pad en lopen langs de vismarkt. Vrouwen maken de vers gevangen vis schoon, terwijl de zeeleeuwen en pelikanen bedelen om het afval. Volgevreten zeeleeuwen liggen even verderop uit te buiken.

Ons doel voor vandaag is het Estación Cientifica Charles Darwin, een stichting die nu 60 jaar bestaat. Charles Darwin was een jonge bioloog die op eigen kosten met de Beagle meereisde en, op grond van de dieren die hij op de Galápagos eilanden aantrof, zijn evolutietheorie ontwikkelde, die tot op de dag van vandaag nog steeds geldt. Er zijn fokprogramma’s ontwikkeld om de met uitsterven bedreigde dieren te redden en het ecologisch evenwicht in de natuur te herstellen. De Galápagos Landschildpadden, op ieder eiland trouwens een ander soort of ras, is een mooi voorbeeld van zijn theorie. Ze hebben langere poten en nek, zodat ze zich kunnen oprichten om bij de vegetatie kunnen. De mens is de grootste bedreiging van de landschildpadden. In de 18e en 19e eeuw deden zeilschepen de eilanden aan en vingen de schildpadden om ze levend mee terug aan boord te nemen, zodat ze op zee vers voedsel hadden. Ze waren gemakkelijke prooien want ze konden zich niet verdedigen.

De bekendste en oudste schildpad was Lonely George, kortgeleden overleden, opgezet in Amerika en nu te bewonderen in een gekoelde ruimte van het Darwin complex. Lonely, omdat hij geen interesse had in de vrouwtjes en zich dus niet voortplantte. Hij bleek impotent. Verder zijn er ook programma’s ontwikkeld om dieren, bijvoorbeeld vliegen, die door de mensen zijn meegebracht op biologische wijze te bestrijden. Het weer stelt vandaag teleur, het regent zelfs.

Het snorkelen op het Playa de Estación is ook niet echt bijzonder. We slenteren terug door het dorp langs de dure souvenir-, kunst-, kleding- en sieradenwinkels. Na de lunch varen we met de watertaxi over naar Las Grietas, een lagune. We wandelen door naar de kloof, waar je ook kunt zwemmen. Het is er druk en als Hans eenmaal een duik wil nemen is het te laat. Het is 5 uur en de kloof gaat sluiten, iedereen wordt door de parkrangers het water uitgefloten.

Op de terugweg zien we de leguanen zich ingraven; pas na het lezen van de borden beseffen we dat ze zich bezig zijn zich te nestelen om hun eieren te leggen. De watertaxi brengt ons terug naar het centrum, waar een optocht is, in verband met de komende verkiezingen. Puerto Ayora is in de ban van Valentijn, hartjes, ballonnen en presentjes, allemaal mooi ingepakt en versierd. An neemt mij ’s avonds mee voor een Valentijnsdiner, zalige schorpioenvis met knoflook, in het ‘vreetstraatje’, een stil straatje dat ‘s avonds pas tot leven komt als de tafels en banken op straat worden gezet en de ‘proppers’ je proberen binnen te halen. Het is er altijd ‘happy hour’, 3 voor $ 10,–, maar dat geldt alleen voor de cocktails. Wij gaan voor de mojito’s.

Isla Santa Cruz  

15-2-2019

Met de taxi gaan we op schildpaddenjacht in El Chato, om daarna de lavatunnel en de krater te bewonderen. Voor $ 45,– p.p. weet je alles, alhoewel, voor El Chato moeten we ter plaatse ook nog $ 5,– p.p. betalen. El Chato is een ranch, hoog gelegen midden in het Nationaal Park, waar de schildpadden vrij in en uit kunnen lopen. De regels voor de bezoekers zijn strenger, je mag ze niet voeren, je moet op 6 voet afstand blijven en als je foto’s maakt, mag je niet flitsen. Al ver voor de ingang van het park zien we ze al schuifelen, langs de kant van de weg en tussen de koeien in de wei. Sommige zijn kolossaal, minstens 80, 90 jaar oud. Ze bewegen log, eten aan één stuk door gras. Het zijn goede grasmaaiers. Goed kauwen doen ze niet en poepen doen ze terwijl ze eten. Kom je te dichtbij dan trekken ze zich terug in hun schild, onder luid geblaas. Eigenlijk zijn ze niet meer van deze tijd. Hun enige vijand is de mens. Terwijl we rondlopen belanden we in een tropische regenbui, waaraan de schildpadden zich totaal niet storen.

Wij worden drijfnat. We geven het op, de andere attracties, de lavatunnel en de krater van de dode vulkaan houden we wel voor gezien. De taxi brengt ons terug naar de stad, daar schijnt de zon en is geen spatje regen gevallen. We zoeken verkoeling en gaan zwemmen en snorkelen. In de haven zien we tientallen haaien zwemmen. 

Isla Isabela

16-2-2019

Om 6:40 moeten we ons in de haven, voor de kerk, melden voor onze boottocht naar Isla Isabela. We krijgen een kaartje om onze nek en in ganzenmars gaan we tegen half 8 naar de pier, waar onze tassen op fruit en zaden worden gecontroleerd. Allemaal voor de vorm en om je schrik aan te jagen. Met watertaxi’s worden we naar onze boot Valeska Yamile gevaren; de watertaxi is niet in de prijs begrepen, want iedereen moet hier tenslotte verdienen. De overtocht duurt 2 uur. We luisteren naar muziek, lezen en vallen tegen het eind zelfs nog in slaap. De boot vaart snel en om half 10 meren we aan in de baai van Puerto Villamil, waar de watertaxi’s ons weer oppikken, uiteraard tegen betaling, om ons af te zetten op de pier, waar we dan ook nog eens $ 10,- p.p. tax moeten betalen om op het eiland te mogen. De zeeleeuwen liggen heerlijk op het strandje bij de haven te zonnen, ze liggen zelfs op de bankjes. We wandelen naar ons Hotel Sula Sula, waar we worden verwelkomd door de manager, Julio Pullaguari, die ons vertelt dat er op de Galápagos geen mooier eiland bestaat dan Isla Isabela.

In het dorp huren we bij Bike & Surf eenvoudige fietsen, zonder versnelling en met brede banden. De fietsen trappen licht, maar op het eind moeten we toch enkele keren afstappen. Op de terugweg wordt pas duidelijk hoeveel we gestegen zijn en hoeven we nauwelijks te trappen. Op ons gemak fietsen we in de brandende hitte naar de Muro de las Lágrimas, of wel de ‘wall of tears’.  In de periode van 1946 tot 1959 werden politieke gevangenen en zware criminelen verbannen naar de strafkolonie, die op dit eiland was. Van toerisme had men in die dagen nog niet gehoord.

De ‘wall of tears’ is het enige overgebleven bewijs van de gevangenis, die trouwens door de gevangenen zelf gebouwd is. Slechts weinigen overleefden het. De 2e stop is Mirador Cerro Orchilla, waar we een schitterend uitzicht hebben over het eiland, de lavavelden en de zee. Op weg naar El Estero moeten we een ‘noodstop’ maken voor een overstekende schildpad. Er lopen hier net zoveel schildpadden als we in El Chato op Isla Santa Cruz zagen, maar hier zijn ze duidelijk meer in hun natuurlijke habitat. El Chato kun je dus wel overslaan als je naar Isla Isabela gaat. Je bespaart dan $ 45,-. Om bij El Estero te komen moeten we een korte kruip door sluip door wandeling maken door de mangrove, waarna we op het kleine zandstrandje uitkomen dat grenst aan de mangrove. Het water is glashelder, fris maar verkwikkend. Vervelend zijn wel de steekvliegen en de knutten, familie van de muggen. We vervolgen onze fietstocht naar de Poza Escóndida en Posas Verdes waar flamingo’s zouden zijn, maar die zien we niet. Mooi is de Túnel del Estero, de lavatunnel die je in kan lopen. Het is er donker en er staat water in.

We fietsen terug naar Puerto Villamil, kopen een biertje en fietsen nog even naar de haven. De zeeleeuwen liggen er nog steeds op het strand en op de bankjes. We nemen nog een duik en kijken hoe een zeeleeuwjong om aandacht schreeuwt. Hij heeft honger en wil eten, maar moeder heeft daar duidelijk geen zin in. Langzaam schuifelt moeder naar zee waarbij ze nog enkele malen voor het publiek poseert, terwijl de baby er schreeuwend achteraan komt.  Helaas kunnen we de zon niet in de zee zien zakken, want we moeten voor half 7 de fietsen inleveren, en dat blijkt nog een hele toer, want we kunnen ‘Bike & Surf’ niet terugvinden.

Isla Isabela

 17-2-2019

De eigenaar van Sula Sula blijkt ook gids te zijn. We zijn te laat voor de boot/hike/snorkelexcursie, zegt hij, dat moet wachten tot morgen; $ 45,- p.p., half 9 weg, half 12 weer terug. Maar hij heeft nog wel wat anders voor vanmiddag, snorkelen $ 120,- p.p., of waarom vliegen we niet gewoon naar San Cristóbal, $ 140,- p.p. Of het allemaal niets kost! Terwijl hij zelf 3 baantjes heeft om de boel draaiende te houden en zijn ca. 11 en 15 jaar oude dochters de kamers laat schoonmaken. Wij houden ons gewoon aan ons eigen plan, kijken of we nog flamingo’s kunnen spotten en nemen een duik in zee. Nadat we uiteindelijk gedoucht hebben gaan we op zoek naar koffie. We belanden bij een restaurantje op het plein. We bestellen koffie en An kijkt nieuwsgierig op het menu en vraagt of er bij de rijst met kip ook groente zit. Natuurlijk! Lekker denkt ze, gaan we vanavond hier eten, want na weken pollo of beef met rijst, slappe friet en smakeloze sla snakt ze naar groente! Als de koffie bijna op is, wordt er een dampend bord met gebakken rijst en kip voor haar neus gezet. We zullen het maar miscommunicatie tussen An en de ober noemen. Na de vroege lunch gaan we op zoek naar de flamingo’s in Poza las Salidas. Het is net als de andere paden, een mooi pad. Veel dieren in hun natuurlijke omgeving zijn met een beetje goede wil, zonder een tour te maken, ook goed te zien. De gidsen voegen niet veel toe, slechts praktische zaken. Het krioelt er in ieder geval van de leguanen, groot en klein, maar ook tientallen prachtig gekleurde flamingo’s. Nog nooit zijn we zo dichtbij geweest. Dat is de charme van de Galápagos. Je kunt de dieren bijna aanraken, het mag niet, maar het kan wel. We zien ook nog een steltkluut.

We vervolgen het pad naar het Centro de Crianza de Tortugas Giantes Arnaldo Tupiza Chamaidan, het schildpadden broedcentrum. Hier worden succesvol schildpadden gekweekt, die te zijner tijd in de natuur worden uitgezet. Op Isla Isabela alleen al zijn 9 ondersoorten, waarvan een aantal met uitsterven bedriegd worden. Op de borden staat dat de mannetjes potent zijn en de vrouwtjes erg vruchtbaar. Het aantal broedkasten dat we zien is dan ook groot. We zijn er ook getuigen van hoe potent de mannetjes zijn, traag bestijgt hij een vrouwtje en blijft heftige bewegingen maken, onder zwaar gekreun, terwijl het vrouwtje zich langzaam vooruit beweegt. We wachten op het moment dat het schild van het mannetje tegen de boom komt, het vrouwtje zich bevrijdt en hij naast haar neerploft en …. begint te eten.

Op de terugweg bewonderen we nogmaals de roze flamingo’s en via het strand keren we terug, lessen onze dorst met bier en vermaken ons de rest van de middag op het strand. Vlak langs de kust zwemt een pijlstaartrog. Hij lijkt zich niet te storen aan de mensen in zee, maar de mensen in zee gaan wel voor hem op de vlucht.

We bezoeken de kerk op het plein, bijzonder maar passend in deze omgeving. ’s Avonds bestel ik ‘cervisch fish’, een vis van de grill, tenminste dat denk ik. De ober zegt iets over tomaten, dat er op het hele eiland geen tomaat te krijgen is, althans, dat maak ik ervan. Als de vis komt wordt mij duidelijk dat het woord ‘grill’ niets zegt over de bereidingswijze, want het is rauwe vis in het zuur. Een kwartier later wordt aan de tafel naast ons een bord tomaten uitgeserveerd. Blijkbaar waren de tomaten toch niet op, of zei hij ons iets heel anders. Ons Spaans is hopeloos.