SCHIEDAM – HUELVA (SP)

DAG 1, 7 februari 2022

Als we opstaan is het stil, de storm is gaan liggen en de lucht is open gebroken. Het belooft een mooie, zonnige dag te worden. Om 8 uur stoppen we de laatste dingen in de auto. Op de motorkap een lief kaartje van Jacquelien en Carel om ons een goede reis te wensen en een doosje autodrop. Het is niet druk op de weg, geen files, en tegen 12 uur zijn we in Viny (Frankrijk) bij het Canadese monument ter nagedachtenis aan de 1e Wereldoorlog en haar Canadese slachtoffers. Het monument steekt fraai af tegen de blauwe lucht en maakt een onvergetelijke indruk.

Het wordt omringd door grasland en dennenbossen, afgerasterd met schrikdraad en waarschuwingsborden in verband met de ‘gemorste’ munitie. Het gras wordt kort gehouden door schapen die blijkbaar te licht zijn om de nog aanwezige munitie te laten ontploffen. Na de loopgraven met betonnen zandzakken bezoeken we de begraafplaats en ontdekken dat veel slachtoffers niet zijn geïdentificeerd en naamloos zijn begraven.

Alleen God weet wie daar ligt, vertelt de steen. Jonge knullen gaven hun leven voor een zinloze oorlog en in gedachten dwalen we af naar Oekraïne, dat op het punt staat binnen gevallen te worden door Poetin en zijn vrienden. Onze volgende stop is het Musée Louvre-Lens. Aan de voet van reusachtige bergen mijnsteen, afval uit de inmiddels gesloten kolenmijnen, is nu 10 jaar geleden een dependance van het Louvre geopend.

Een reusachtige zilveren doos met één grote ruimte met beelden, voorwerpen en schilderijen van 5000 jaar geschiedenis van de mens. Het museum, de tuinen en de entree is fraai, de vaste collectie is wat ons betreft niet opwindend. We gaan op zoek naar ons hotel voor vannacht, Hotel de l’ Univers in het centrum van Arras. Vergane glorie, gekroond met 4 sterren, waarvan er tenminste 1 teveel is. Vanuit het hotel lopen we naar Place de Heros en Grande Place, de 2 pleinen die Arras tot ver buiten Frankrijk beroemd maken.

In 1915 werden ze vernietigd, Arras lag namelijk midden in het front tussen de geallieerden en de Duitsers, maar daarna steen voor steen weer opgebouwd. De pleinen zijn goed onderhouden, helaas kan dat niet gezegd worden van de kathedraal en het klooster van St.Vaast. Terwijl de zon verdwijnt achter de daken, duiken wij ‘au bureau Arras’ in voor een te vette maaltijd met een lekker karafje wijn. We lopen terug naar ons hotel, in het universum zijn niet veel gasten.

DAG 2, 8 februari 2022

Vandaag een dag met 2 gezichten. Als we opstaan is de lucht donkergrijs en het miezert. Na het typische Franse ontbijt van stokbrood met boter, jam en een grote kom met slappe koffie bezoeken we La Carrière Wellington, Mémorial de la Bastille d’Arras. We verdwijnen 20 meter onder de grond in de eeuwenoude kalkzandsteen groeven van de stad. Het kalkzandsteen werd gebruikt voor de bouw van de kerken en het klooster van Arras. De temperatuur in de tunnels is gelijkmatig, 12 graden Celsius, de vochtigheidsgraad 80%.

In de 1e Wereldoorlog boden deze grotten bescherming aan meer dan 20.000 manschappen uit het Britse rijk, waaronder ook mijnwerkers uit Nieuw Zeeland. Zij waren ‘ingevlogen’ om tunnels te graven naar de Duitse loopgraven. Ze werkten in het diepste geheim met alleen pikhouwelen en zonder springstof, want de Duitsers mochten niet gealarmeerd worden. De opdracht aan de Britten was een verrassingsaanval uit te voeren om de Duitsers te misleiden. De aanval vond plaats op 9 april 1917, het sneeuwde toen de soldaten uit de tunnels stormden, voer voor de Duitse mitrailleurs. Ondanks de ontelbare slachtoffers braken ze toch door de linie. Helaas verzuimde de opperbevelhebber door te pakken, zodat de Duitsers zich konden hergroeperen, met als gevolg dat de Britten werden afgeslacht. Een zinloze operatie dus, waarover vooraf al grote twijfel bestond. Na de spectaculaire rondleiding gaan we op weg naar Poitiers. De TomTom leidt ons bij Parijs over de drukke Boulevard Periferique. Op het groen tussen de spaghetti van doorgaande wegen en afritten wonen in tenten en bouwsels van plastic en zeil de moderne stadsnomaden. Kleine Townships in Parijs, het trotse Parijs van Macron. Na Parijs breekt de lucht open, schijnt de zon en loopt de temperatuur op tot 15 graden Celsius. Voordat de zon ondergaat nemen we in Poitiers onze intrek in het Le Memphis Hotel. Een bescheiden hotel, een sobere maar schone kamer met uitzicht op de tuin. Het station van de TGV ligt tegenover het hotel.

Met de lift van de parkeergarage gaan we naar de 5e verdieping en lopen zo via de voetgangersbrug de oude stad in, waar we bij Bistro Régent eten. De bistro ligt achter de Notre Dame la Grande. Zelfs om 8 uur zijn hier de terrassen nog volop bezet en is het gezellig in de oude stad. Morgen gaan we de stad verkennen en volgens de vooruitzichten schijnt dan de zon.

DAG 3, 9 februari 2022

Poitiers. Op de trappen voor de ingang van de L’ Église Sainte-Radegonde spelen kinderen uitgelaten tikkertje. Een vrouw kijkt toe. De kerk heeft een crypte onder het altaar. Als we weer bovenkomen zitten de vrouw en de kinderen geknield op de eerste bank voor het altaar en prevelen zachtjes hun gebeden. De vrolijke, spontane stemming van zo even buiten is veranderd in een sfeer van toewijding. De inwoners van Poitiers kunnen kiezen uit veel kerken. Op onze stadswandeling bezoeken wij er 8. Op de Baptistère Saint-Jean na zijn ze allemaal open en vrij toegankelijk. De laatste kerk op ons lijstje, L’ Église de Saint-Germain is nu een auditorium van het tegenover gelegen conservatorium.

Poitiers is een mooie, oude stad en had al in de 1e eeuw na Christus een Colosseum, waar nog maar weinig van over is. Verder heeft de stad veel 19e eeuwse gebouwen en parken, zoals alleen Fransen kunnen aanleggen. De stad heeft een universiteit en de studenten geven Poitiers een levendig karakter, ze bevolken massaal de terrassen, ondanks de nog niet echt zomerse temperaturen (overdag 13 graden Celsius en ‘s avonds nog maar enkele graden boven 0). De zon schijnt wel onafgebroken en ze hebben de zomerse kleding al tevoorschijn gehaald. Het gezelligste gedeelte van de stad is rond de L’ Église Notre Dame la Grande. Naast de kerk staat de overdekte markthal en op het plein foodtrucks uit Istanbul. De kebab vindt gretig aftrek. De stadswandeling is 13 km en vermoeid van het slenteren zoeken we onze kamer in het Memphis op. De stad is gebouwd op de heuvels aan weerszijden van het dal waarin het spoor ligt. De TGV stopt in Poitiers, recht tegenover ons hotel. Door de bouw van een parkeergarage, 5-hoog naast het spoor, heeft men de stad aan weerszijden van het spoor kunnen verbinden door een fraai vormgegeven brug, voor langzaam verkeer, bussen en taxi’s.

DAG 4, 10 februari 2022

Na het ontbijt pakken we onze spullen weer in. Net buiten Poitiers gooien we de tank vol, kopen mandarijnen en brood in de supermarkt en draaien dan al snel de A10 op. De mist hangt laag, maar eenmaal bij Bordeaux is die opgetrokken en loopt de temperatuur ook flink op, want de zon schijnt volop.

De reis verloopt vlot, we moeten alleen steeds stoppen om telkens opnieuw tol te betalen, dat loopt trouwens flink op. Zouden de Fransen soms geen wegenbelasting betalen? We kunnen goed doorrijden, constant 130 km per uur en pas vlak voor de Spaans-Franse grens hebben we wat oponthoud door werk aan de weg. We zien de Pyreneeën voor ons opdoemen en denken met weemoed terug aan dat zelfde moment 4 jaar geleden, op de camino. We rijden het Baskenland in, daar waar nog steeds met trots de Baskische alpinopet wordt gedragen. Onderweg hebben we voor vannacht een hotel geboekt in San Sebastián, in het centrum en op korte afstand van het strand. Unai, de eigenaar laat ons via de app weten dat zijn hotel in de steigers staat en als we daar problemen mee hebben we nog kunnen annuleren. We nemen de gok want ‘s nachts zal er vast niet gewerkt worden. Unai stuurt ons het adres van de parkeergarage vlak bij zijn hotel en tegen 4 uur melden we ons. Het hotel staat inderdaad in de steigers, naar ook midden in het oude centrum. Niet alleen Unai verrast ons met zijn ADHD en zijn tomeloze enthousiasme, hij ratelt aan een stuk door, ook zijn hotel is verrassend mooi en modern. Er zijn slechts 5 kamers en wij zijn de enige gasten. Hij vertelt dat het gebouw al sinds augustus vorig jaar in de steigers staat, maar dat de klus nu bijna geklaard is. We krijgen een plattegrond van de stad in onze handen gedrukt, waarop hij reeds heeft aangegeven wat we moeten gaan zien. Over de mooie, brede boulevard lopen we langs het strand naar de Funicular, de tandradbaan naar het fraaie uitzichtpunt over de stad. Jammer genoeg hangt de nevel laag en is het uitzicht niet zo spectaculair als Unai beloofd had, maar toch mooi.

Als we terug de stad inlopen duiken we een tapasbar in voor wijn en tapas, een volgende, een volgende en nog een volgende. Licht aangeschoten trekken we ons terug op onze kamer. Het gekochte gebak blijft onaangeroerd want de tapas vallen zwaarder op de maag dan gedacht.