ALGARVE (PT)

DAG 27, 5 maart 2022

Na een kalme nachtrust duikt Hans de supermarkt in en komt terug met heerlijk vers fruit, joghurt en melk voor het ontbijt, maar ook met broodjes, ham en kaas. Een mens leeft tenslotte maar één keer, is zijn motto. De zon schijnt volop, maar volgens de voorspellingen gaat het in de loop van de middag regenen. We lopen naar het centrum van Tavira en stuiten als eerste op de prachtige Capela da Nossa Senhora do Livramento. Een plaatje.

De binnenstad is afgezet in verband met de 9e editie van de Algarve Bike Challenge, een afstand van 85 km voor amateurs of gewoon liefhebbers, ingedeeld naar leeftijd en geslacht en zelfs e-bikes zijn toegestaan. Tavira heeft veel te bieden, een heus kasteel met fraaie tuin van waar je over de stad uitkijkt, kerken met klokken die vrolijk beieren en huizen met betegelde gevels in Portugese motieven. In de Igreja da Miscricórdia is vanmiddag Fado te beluisteren, dat lijkt ons wel wat. De entree is € 10,-.

Geen idee wat ons te wachten staat, maar het is een schitterende kerk, twee grootse gitaristen, één op de Portugese gitaar en de ander op een klassieke gitaar, en een zanger met een loepzuivere stem en een uitstraling die bij de Fado past. Het is puur genieten. Na afloop keren we terug naar ons appartement en draaien maar weer eens een wasje. Als Hans aan het koken is slaan de stoppen door. Blijkbaar is koken, verlichting en verwarming teveel van het goede. We zitten in het donker en in de kou. We kunnen niet echt wijs uit de meterkast en bellen de beheerder. Hij praat veel, maar de aanwijzingen zijn onduidelijk en niet efficiënt correct. Nu moet hij zelf komen, maar dan is het euvel gelukkig snel verholpen.

DAG 28, 6 maart 2022

An heeft een dubbele nationaliteit, naast de Nederlandse ook de Portugese. Zij kan zich aardig redden in het Portugees, ze heeft zo wie zo gevoel voor taal. We rijden naar Parque Natural da Ria Formosa, 2 km ten oosten van Olhão, uit te spreken als Ol-jouw (fonetisch). Na diverse pogingen en dito lessen lukt het Hans ook om het goed uit te spreken.

We betalen € 5,60 entree en krijgen daarvoor zelfs nog een prachtige folder. We parkeren de auto onder een afdak, drinken nog een koffie met een quesijada en beginnen onze wandeling door het duin- en intergetijden gebied. Het getijverschil is hier 2,8 meter. Het is eb als we het gebied inlopen. Getekende, verweerde mannen,  ongeschoren komen ons tegemoet met emmers en plastic zakken, vol met schaal- en schelpdieren, die ze geoogst hebben.

Geoogst is het juiste woord, want slechts zo’n 1000 man hebben van oudsher het recht schaal- en schelpdieren in een door hen beheerd gebied te oogsten, maar ook de verplichting te zaaien. Hard voor weinig dus. Uren staan ze gebukt te wroeten in de modder en komen niet verder dan één emmer vol. Ondertussen grazen de flamingo’s ongestoord verder. Ze laten zich door niets afleiden. Langs de waterkant veel steltlopers, witte reigers, strandlopers en aalscholvers. De fidler krabben kun je ook niet missen, het zijn er duizenden, die, als ze je zien, snel wegkruipen in hun holletjes. Uniek is de vegetatie, zeker in deze tijd van het jaar en we genieten dan ook volop. Na afloop kijken we nog even rond in Olhão. We parkeren in de oude stad met zijn smalle straatjes. In de zomer zal het hier zeker koel zijn, omdat de zon dan zelden de straat raakt.

Op de fraaie boulevard is het druk. Het is zondag, de Portugees flaneert. Op de terrassen is het druk. Ondanks de warme zon zijn de mensen toch warm aangekleed, maar als aan het eind van de middag de zon laag staat, koelt het ook snel af. We rijden terug naar ons appartement, dat ons prima bevalt en zo ook de omgeving, zodat we nog 2 dagen bijboeken, tot vrijdag.

DAG 29, 7 maart 2022

We beginnen vandaag in Calcela Velha, een oud, idyllisch vissersplaatsje op een duin. Een plaatje, van adembenemende schoonheid, uitkijkend op het getijdengebied.

We besluiten hier morgen terug te komen voor een wandeling en vervolgen onze weg naar Castro Marim. Paus Clements V verbood de tempeliers wereldwijd, ondanks het feit dat ze handelden in de naam van Christus. Ze waren de jihadisten van de 13e en 14e eeuw. Ze deden alles wat God verboden had. De toenmalige koning van Portugal gaf ze ondanks het verbod toch een vrijgeleide. Ze hielden zich schuil in onder meer Castro Marim.

Het kasteel lag strategisch en was de springplank voor de verovering van delen van het Afrikaanse continent. We vervolgen de kastelenroute naar Alcoutim. We willen niet over de IC27 en hebben veel moeite om van A naar B te komen, maar als gevolg daarvan maken we wel kennis met het Portugese binnenland, waarbij de wegen steeds smaller worden en zelfs overgaan in onverharde wegen. Dan geven we het op en geven ons voor 100% over aan de TomTom. Het kasteel in Alcoutim stelt niet veel voor, het uitzicht daarentegen op de rivier en Spanje is heel mooi. Grappig te zien dat zo’n 30, 40 km landinwaarts zeewaardige zeiljachten voor anker liggen.

We keren terug via Cachopo, in onze gids aanbevolen om zijn museum en souvenirwinkeltje in de oude molen. Dona Anabela leidt ons trots rond en laat zien hoe het weefgetouw werkt. In het winkeltje laat ze ons een vingerhoedje van de beroemde aguardente de medronho proeven. We kopen een Portugees schaaltje, een pot gedroogde tomaten en kruiden van haar en vriendelijk zwaait ze ons uit. Voldaan rijden we terug naar Tavira, de zon staat al laag en het licht is dan ook zo bijzonder dat het land zich van haar mooiste kant laat zien. Het binnenland is leeg en verlaten, maar met adembenemende vergezichten. De bermen van de wegen kleuren geel van de heerlijk ruikende mimosa.

DAG 30, 8 maart 2022

Vannacht heeft het geregend en het zout van onze auto is er nu bijna afgespoeld. Als we de gordijnen van ons appartement opentrekken zien we dat het flink bewolkt is. We wikken en wegen, dagje naar Faro of toch wandelen op het strand en in de duinen van Calcela Velha? Tegen 10 uur zegt de weersapp dat de lucht opentrekt en dat om 12 uur de zon volop zal schijnen. Het wordt dus Calcela Velha en een Portugese lunch aan het strand. En daar hebben we ook geen spijt van, Calcela Velha is een parel aan de Algarve.

Via 110 traptreden dalen we het duin af naar het strand. We willen naar de zee, maar hoe? Als kippen zonder kop lopen we een tijdje rond, maar de oplossing is eigenlijk heel simpel. Trek gewoon je schoenen uit en waadt door de geulen. Het water is fris, maar het zand is warm en de zon schijnt volop. Ook nu zijn mannen en vrouwen weer aan het wroeten in het zand, op zoek naar de schaal- en schelpdiertjes, waarmee ze hun boterham moeten verdienen. Ook hier heeft ieder zijn eigen stekkie. We pootjebaden in de branding voordat we terug lopen naar een restaurant.

We spotten lepelaars, die druk in de weer zijn. Heerlijk in de zon genieten we van de typische Portugese gerechten (bacalhau a braz en carne de porco com amêijoas) en een lekker wit wijntje uit de Alentejo. Na de koffie houden we siësta in een duinpan, doen een tukkie en lezen (Hans leest De kinderjaren van Tove Ditlevsen uit, zijn 4e boek trouwens al. Dun, maar het laat zich niet in één adem uitlezen, elk hoofdstuk moet je even verwerken, zo verschrikkelijk mooi en tegelijk indringend en herkenbaar. An is aan haar 3e boek bezig, Keefman van Jan Arends. Een psychiatrische patiënt, die de lezer introduceert in zijn denken en doen. We rijden terug naar Tavira en kopen onderweg een pak koffie, want die is op. Nu lekker luieren en morgen kijken we wel weer verder, misschien Faro.

DAG 31, 9 maart 2022

De jeugd trekt naar de stad, daar is werk en vermaak. Het platteland loopt leeg, de ouderen blijven achter. São Brás de Alportel en Loulé zijn plaatsen van nog enige omvang, maar zeker São Brás, het centrum van de kurkindustrie en bekend om kunstnijverheid producten, is stil en maakt een ingeslapen indruk. Het is een leuk en redelijk onderhouden plaatsje.

We nemen een kijkje in de Igreja Matriz en de Lavadouro e fonte Nova. Loulé is wat groter en dé bezienswaardigheid daar is de in Moorse stijl gebouwde mercado, die echter al voor meer dan de helft gesloten is.

Er achter een klein, maar leuk oud stadsgedeelte met de prachtige Ermida da Nossa Senhora da Conceição. Loué stelt verder niet veel voor. We rijden door naar Faro met haar luchthaven, de op- en uitstapbasis van menig toerist in de Algarve. De vliegtuigen denderen over de stad. Een verwaarloosde stad met veel graffiti. Op het Largo da Sé bezoeken we de kathedraal, vanaf de klokkentoren, bewaakt door de vele ooievaars, die er lustig op los klepperen. Vanaf de toren kijken we uit over de stad, het vliegveld en het getijdengebied.

Het is laag water, zodat de kleine vissersboot onder de spoorbrug door kan varen. Hier geen grote trawlers die in een week de zee leeg vist, maar 2 locale vissers die genoeg vangen om hun gezinnen te kunnen onderhouden.

DAG 32, 10 maart 2022

Vandaag blijven we hangen in Tavira, één van de grotere kustplaatsen van de Algarve. Vergeleken bij het zuiden van Tenerife is de Algarve een paradijs. Portugezen bouwen met meer overleg en gevoel voor het landschap, hier geen lappendeken van betonnen kolossen vol overwinteraars. De kust is beschermd natuurgebied. Haar bewoners staan dicht bij de natuur. Met beperkte middelen leven ze van het land, kweken sinaasappels, citroenen, olijven en druiven. De zee geeft ze vis, die ze in hun kleine bootjes vangen, en schelpdieren, die ze met de hand, voorover gebogen, uit de modder wroeten en dan is er nog het zout in de zoutpannen, dat opdroogt in de zon. Ze lunchen uitgebreid, houden siësta om daarna voor de schijn nog wat te werken. Koffie drinken ze uit kleine kopjes, sterk met veel suiker en naarmate de dag vordert gaan ze over op Sagres, het bier. Hun verweerde koppen, schuil onder petjes of mutsen, steken uit boven hun werkgoed, vol stof en scheuren. Vanaf ons balkon kunnen we de bergen zout zien liggen en we besluiten vandaag maar eens op onderzoek uit te gaan. Links van de weg de droogvallende zoutpannen, rechts staan flamingo’s te slapen en foerageren de kluten. Misschien zijn die al op weg naar Nederland want daar is het al voorjaar volgens het nieuws. Van de heerlijk riekende mimosa kunnen we geen genoeg krijgen.

Op ons balkon eten we een broodje, waarna we bij het zwembad op de ligstoelen in de zon gaan liggen. Een Iers stel ligt te zonnen in badkleding, evenals een Frans stel; wij en nog een Engels stel houden onze kleding aan, want ondanks het feit dat de zon onafgebroken schijnt, is het door de wind knap frisjes. Niemand waagt zich trouwens in het zwembad. We houden het nog een uurtje vol, maar gaan dan terug naar ons appartement waar diezelfde wind wel onze was mooi heeft droog geblazen.

DAG 33, 11 maart 2022

Vandaag verkassen we naar Lagos, waar we een huisje hebben geboekt bij Apartamentos Turísticos Marsol, met 3 sterren. De tent laten we voorlopig nog maar even in de achterbak liggen. Als we opstaan regent het en de berichten voor de komende week zijn al niet veel beter. Maar wat doe je als het regent, je gaat naar Ikea. De zo handige, afsluitbare plastic zakjes zijn door intensief gebruik kapot gegaan en we hebben geen nieuwe meegenomen. De koffie is, voor ons als lid van de Ikea family, gratis en de voor Portugal typische pastéis de nata kosten slechts € 0,50. Je kunt hier pollo en bacalhau eten, maar gelukkig ook de ongeëvenaarde Ikea gehaktballetjes, maar dat terzijde. We kopen de plastic zakjes, die hier trouwens een € 1,— duurder zijn dan in Nederland. Onze volgende stop is Olhos d’Agua.

In de zomer van 2020 waren we 8 dagen all-inclusive met Velicia, onze kleindochter, in het 4 sterren Quinta do Milharó met 2 prachtige zwembaden. Slechts één keer waren we even op het strand. Vandaag zijn we dus opnieuw in Olhos d’Agua, ‘watertranen’. Het verwijst naar de zoet waterwellen in de rotsen, die de zee instromen. Een watervoerende kalklaag die vlak bij het strand naar boven komt, ontdekt door één van de geiten van een geitenherder die altijd naar de rotsen liep om daar te drinken. Bijna 2 jaar na ons eerste bezoek weten we dat dan eindelijk ook. Over de snelweg, waar je tol moet betalen en waarvoor we vorige week een ticket kochten, rijden we naar Lagos. Ons broodje eten we in de auto, buiten regent het.

Ons onderkomen is een gedateerd huisje met woonkamer, kitchenette, badkamer en slaapkamer. Voor het huisje een terras en een klein zwembad. De lucht breekt open en tegen de avond schijnt de zon. Binnen is het koud. De woonkamer wordt verwarmd door hete lucht en in de slaapkamer hangt een radiator. In onze campingsmokings verdrijven we met alcohol de kou in de botten. Buiten is het zo’n 12 tot 14 graden graden Celsius en in tegenstelling tot de Portugees zijn wij niet blij met de regen en de daarbij gepaard gaande terugval in temperatuur.

DAG 34, 12 maart 2022

Vandaag rijden we naar het einde van de wereld, tenminste, dat dachten ze aan het eind van de 14e eeuw. Op het meest westelijke puntje van Portugal kijken we uit over de Atlantische Oceaan, die daar al na enkele tientallen meters uit de kust onpeilbaar diep is. ‘s Nachts reikt het licht van de vuurtoren 90 km ver en wijst de zeevaarders de weg naar de Atlantische Oceaan, de Golf van Biskaje of de Middellandse Zee. De vuurtoren staat op de kliffen, waartegen de golven onophoudelijk beuken. Het is spectaculair. In de luwte zien we zwarte stippen drijven; als we dichterbij komen blijken het surfers te zijn, wachtend op hun board op de ultieme golf. Sagres is een paradijs voor surfers. Hippies met dreadlocks, gekleed in korte broeken en hoodies, bevolken het stadje, waar alles in het teken van het surfen staat.

In Fortaleza de Sagres luisteren we naar het geweld van de golven en later op Cabo de São Vicente.

We negeren de laatste braadworst vóór Amerika,  want daar gaan we tenslotte niet heen. Dit deel van Portugal is woest en droog. Het fort past helemaal in deze omgeving. Het maakt tezamen met de vuurtoren en de kliffen diepe indruk op ons. Wij voelen ons klein, maar hoe klein moeten ze zich in de 13e, 14e eeuw en zelfs daarvoor nog gevoeld hebben, toen ze uitkeken over de zee en nog fantaseerden wat er achter de horizon lag. Zij hadden toen nog geen drones om dat te onderzoeken. Ondertussen is het weer omgeslagen en als we terugrijden naar Lagos regent het.

We stoppen bij een met aardewerk betimmerd gebouw. Achter de klapdeuren stapels, maar dan ook echt stapels aardewerk, in alle soorten en maten. Tientallen mensen stouwen hun mandjes vol met borden, koppen, kannen en schaaltjes. Wij niet, al is de prijs aantrekkelijk, het ziet er niet echt mooi uit. Dan betalen we liever wat meer.

DAG 35, 13 maart 2022

Na een hele nacht regen schijnt vanmorgen gelukkig weer de zon en kunnen we lekker op ons terras ontbijten, een gebakken eitje, omdat het zondag is. Hans schrijft nog snel een stukje voor een 30.000 woorden schrijfwedstrijd, waarvan de deadline al aardig in zicht komt en hij nog maar krap 20.000 woorden heeft.

Ponte da Piedade, de grillige rotskust met haar grotten is dé bezienswaardigheid van Lagos, dat als stadje niets voorstelt en ons doet denken aan Valkenburg. Een kralensnoer van restaurantjes en souvenirwinkeltjes. De rots sculpturen zijn afzettingen door de oceaan, wat goed te zien is aan de miljarden fossielen die aan de oppervlakte komen. Door wind en golven zijn spectaculaire formaties met grotten ontstaan, die van onze gids Joaquim prozaïsche namen krijgen zoals leeuw, kameel, olifant, walvis en kus.

Tussen de rotsen liggen fraaie zandstranden, bereikbaar door trappen van zo’n 400 treden. De tocht in de motorboot van Blue Fleet is spectaculair. De stuurman is een ware kunstenaar en gebruikmakend van de deining loodst hij het bootje de grot in en uit. De zee is niet zozeer ruw maar heeft vanwege de naweeën van een storm toch een forse deining. De echte helden vandaag zijn zij die de tocht met kajakken maken, terwijl de watertemperatuur niet boven de 17 graden C komt!

Na dit overweldigende stukje natuur lunchen we in de door muren omgeven oude stad met bacalhau en een fris wit wijntje bij 2 Irmãos.

Fotogeniek en inspirerend is de urban art, stadskunst, graffiti zoals je wilt, in de stad. Een project van de plaatselijke kunstenaarsvereniging om de stad te verfraaien. De mooiste vinden we net buiten het toeristische centrum, in de vervallen straten. Via de InterMarché lopen we terug naar ons huisje. We hebben het de hele dag droog gehouden en de zon heeft flink zijn best gedaan.

DAG 36, 14 maart 2022

We trekken het binnenland in, eerst naar Monchique, bekend om zijn geneeskrachtige bronnen.  Een dorp dat relatief hoog in de bergen ligt. Onderweg passeren we een kraamkamer van ooievaars.

Tientallen nesten in bomen, waarin ooievaars met hun jongen zitten, of ooievaars elkaar nog het hof maken, terwijl boven de nesten hoog in de lucht tientallen ooievaars cirkelen om toezicht te houden. Monchique is een pittoresk, leuk stadje. Wat een verschil met Lagos!

Door de smalle steegjes klimmen we langs veel leegstaande en in verval geraakte huizen omhoog naar het Convento da Nossa Senhora do Desterro. Het klooster is vervallen en wordt bewoond door een zonderling die ons uitnodigt binnen te komen. In een spookachtige omgeving heeft hij een offertafel gemaakt, versierd met witte aronskelken. Op de binnenplaats, met een meer dan 100 jaar oude kurkeik, scharrelen zijn kippen. Hij kweekt zijn eigen groente en als we vertrekken biedt hij ons mandarijnen aan, die aan de bomen buiten het oude klooster groeien. Wij lopen door, zoeken het hoger op, langs de kurkeiken.

Eens in de 9 jaar wordt de kurk ‘geoogst’. De eik heeft de kurk nodig om in de winter te kunnen overleven, consumeert CO2 en produceert O2. Voor ons loopt een Duits stel, met fluoriserende regencapes. Ze lopen hetzelfde pad als wij, en net als wij verdwalen zij ook. Het bos heeft in de brand gestaan, waardoor het pad overwoekerd is. In de zwart geblakerde bomen zien we wel jong, fris groen, maar de kurk is denken we verloren. Na flink klauteren en klimmen vinden we toch weer het pad, dat ons voert langs een oude, in slechte staat verkerende boerenwoning. Het erf ligt vol met allerhande rotzooi. Een oude man staat met 2 aangelijnde geiten voor de deur, iets verder staat een stokoude, broodmagere vrouw die ons argwanend bekijkt. Gelukkig voor ons ligt de waakhond aan de ketting. In een piepklein hok zitten 2 jonge geitjes en de kippen lopen op het erf. De armoe straalt er van af. Iets later passeren we een vervallen hut van hout, glas en zeilen. Op een boomstronk voor de hut staan potten en pannen. In de hut 2 honden, die vreselijk te keer gaan. We vragen ons af hoeveel mensen er hier in de bergen nog onder deze omstandigheden wonen. Vlak voor we terug het dorp in lopen passeren we het kerkhof, rijkelijk versierd met kleurrijke plastic bloemen. ‘s Avonds wordt het hek gesloten en we fantaseren hoe de doden dan feestvieren, dansend op hun graven en de sterveling dan niet welkom is.

De kerk kunnen we niet bezoeken, een 56-jarige man is overleden zien we op een aanplakbiljet en het dorp loopt uit om afscheid van hem te nemen in de kerk. We stappen in de auto en rijden door het prachtige binnenland van de Algarve naar Aljezur. Op de berg schittert de Moorse burcht uit de 12e/13e eeuw, met daaronder de witgekalkte huisjes, die nu worden bewoond door Duitsers, Engelsen en welgestelde Portugezen uit Lissabon.

De burcht ligt op een prachtige plek, rondom kun je kilometers ver kijken. Het is alweer na 6 uur als we terugkeren in ons huisje. Weer of geen weer, er is veel te zien in de Algarve. Mijdt de toeristische trekpleisters en ontdek het echte Algarve in het voorjaar, als de kruiden, heesters en bomen  en natuurlijk de mimosa volop in bloei staan.

DAG 37, 15 maart 2022

Hadden we afgelopen zondag de rotsen per bootje vanaf zee verkend, vandaag bekijken we ze van bovenaf. Toen scheen de zon, vandaag grijze luchten en ‘s middags zelfs regen. De zee is ruw, vandaag geen bootjes en zeker ook geen kajakken. Om boven langs de kliffen te lopen, moet je wel stalen zenuwen hebben. Ik deins af en toe terug en stel me tevreden met een iets minder spectaculaire foto. Dichterbij de klif, kijkend naar de sedimenten, kan ik me moeilijk voorstellen dat de schelpen en geraamtes die we zien miljoenen jaren oud zijn. En toch is het zo. Fantastisch toch. In de verte, in het water zien we met de verrekijker zwarte kopjes boven de golven uitsteken. Dolfijnen zijn het niet, het lijken zeehonden. Maar kan dat? We volgen deels het Trilho dos Pescadores, het pad van de vissers. We passeren de Farol van Ponte da Piedade.

Even na de vuurtoren nemen we de steile trap naar beneden, 184 treden. De laatste 7 treden laten we voor wat ze zijn, ze worden overspoeld door de hoge golven vandaag. Als de zee rustiger is kun je hier zwemmen. De 184 treden naar boven zijn een stuk zwaarder. Via de weg lopen we het laatste stuk naar het strand van Donna Ana, deze keer slechts 139 treden naar beneden. Het strand is leeg, vandaag geen zonaanbidders. ‘s Zomers zal het hier flink druk zijn.We lopen de stad in en bezoeken het Forte Ponta da Bandeira, dat van buiten een stuk leuker is dan van binnen.

Tot slot gaan we op zoek naar het gouden altaar van de Heilige São Anthonius (die van waar is mijn hoedje nou?). Het Museu de Lagos José Formosinho, waarvan het altaar een onderdeel is, is een leuk, onderhoudend museum. Het mooist zijn de schilderijen, tekeningen en aquarelleren van de zee, de rotsen  en het land hier.

Het gouden kerkje van São Anthonius is inderdaad indrukwekkend mooi, de foto’s spreken voor zich. Het wijntje dat we ons zelf beloofden werd uiteindelijk koffie met queijadas. Ondanks het toch wat tegenvallende weer genieten we toch weer volop van deze dag, waarbij we ook nu weer planten en bomen tegenkomen, die we nog niet eerder zagen. We sluiten de dag af met een oer-Hollandse hap, perfect passend bij het weer van vandaag, bietjes met aardappelen en een speklapje. Het smaakt voortreffelijk.

DAG 38, 16 maart 2022

De lucht kleurt licht geel van het Sahara zand. Terugkomend van Tenerife werd onze auto door het ruwe zeewater gepekeld en vandaag, nu de regen van de afgelopen nachten de pekel uiteindelijk wegspoelde, wordt hij gezandstraald. Ondanks dat we besloten hadden een rustdag in te lassen, gaan we toch op pad.

Niet ver, naar Silves, 30 minuten met de auto. We parkeren onder het kasteel en na een kopje koffie en de gebruikelijke quesijada lopen we naar boven. Het kasteel is puntgaaf. De kantelen en de uitzichttorens zijn in de oorspronkelijke staat gebracht.

Op het binnenplein zijn de restaurateurs in onze ogen echter wat doorgeschoten. De gebruikte nieuwe stenen steken wat ons betreft lelijk af tegen de oorspronkelijke. Maar goed, het is maar net wat je mooi vindt. We lunchen in bij Da Rosa, op het gezellige plein. Onderweg naar ons ‘huisje’ kopen we nog een voor deze streek kenmerkende aardewerken kom en avondeten. De lekkage van vanmorgen (bij het douchen, stroomde vanmorgen het water via een aanrechtkastje de keuken in) is verholpen, roept de dame bij de receptie ons toe, gelukkig maar. We buigen ons over het vraagstuk wat we de komende dagen gaan doen. We boeken 2 hotels en een excursie in een natuurpark. We gaan weer op pad, op zoek naar de zon, want die heeft ons de laatste dagen aardig in de steek gelaten.

Andalusie (SP)