FAIAL / PICO

3 juli 2021

Vandaag nemen we afscheid van Terceira. We tanken de Tipo af, leveren hem in bij Ilha Verde en vliegen met SATA naar Faial. In een zucht en een scheet, veel langer duurt de vlucht niet. In 30 minuten, stijgen we op, vliegen en landen we en 5 minuten later hebben we de koffers al. Maar dan begint het wachten. Bijna een uur staan we in de rij om te controleren of je getest bent. Ook nu blijkt dat onze vaccinatie er niet toe doet. Alles draait om de test van gisteren, de 6e dag na de vorige test. Er wordt nog een formulier ingevuld dat we moeten ondertekenen en dan mogen we door.

Een taxi brengt ons naar het 4* Hotel Horta. De kamer is nog niet gereed dus lopen we het stadje in en eten een broodje bij het Art Deco Café International, aan de boulevard. De serveerster is Belgisch. Ze woont hier al 21 jaar en klaagt dat het leven duur is. Ze moet 6 dagen per week werken en verdient zo’n € 700,– per maand. Ze woont in een studiootje in een klein plaatsje buiten de stad en betaalt aan huur € 350,–, exclusief water, elektriciteit, gas, etc. De luxe van iedere dag op terras een koffietje te pakken voor de somma van € 0,75 kan zij zich niet veroorloven. Haar ouders, die hier ook wonen, hebben het beter, zij hebben vanuit België iedere maand hun pensioen. Maar terug naar Antwerpen wil ze ook niet, teveel buitenlanders, Marokkanen, Congolezen en Ethiopiërs. Horta maakt een vervallen indruk, veel panden liggen in puin, winkels staan leeg en kleine kavels liggen braak. Vermoedelijk trekken de jongeren weg, te weinig perspectief en veel armoe. Ook ons hotel lijkt op zijn retour, alhoewel we een prima kamer hebben. Het toerisme stelt nu niet veel voor, waarschijnlijk ook op zijn gat door COVID-19. Zelfs in en rond de haven, het bruisendste deel van de stad, is het stil en met veel moeite weten we ’s avonds een tentje te vinden waar we wat kunnen eten. In het weekend is er veel dicht en het aantal barretjes is dun gezaaid. Als we terug in het hotel op ons balkon zitten begint het te miezeren. Het weer houdt niet over, de temperatuur is weliswaar goed, zo rond de 22-24°C, maar regelmatig regent het en de zon laat vaak verstek gaan.  

4 juli 2021

Als we wakker worden ziet de dag er wat grauw uit. Vanaf ons balkon kijken we uit over de stad en in de verte ligt het eiland Pico, half in de wolken. Het ontbijt voldoet in de verste verte niet aan de eisen van Project Gezond, maar wij laten het ons prima smaken! De hemel breekt open als we op pad gaan, we krijgen zelfs een glimp te zien van de top van de Pico Alto, met zijn 2351 meter de hoogste berg van het eiland Pico en zelfs de hoogste berg van Portugal.

Na een bezoek aan de Igreja de Nossa Senhora das Angústias, waar de mis bezig is, beginnen we aan de wandeling ‘Entre Montes’, van de Monte da Guia naar de baai van Porto Pim en via de Monte Queimado terug naar de stad. De wandeling is schitterend, met mooie uitzichten op Horta, langs de Capela de Nossa Senhora da Guia, de kliffen en het zandstrand van Porto Pim. Er wordt niet gezwommen, waarschijnlijk omdat er flink wat kwallen in het water zitten.

Bij Porto Pim stoppen we voor een koud biertje en Bolinhos de Bacalhau, voordat we aan het laatste deel van de wandeling beginnen over de Monte Queimado. Via de haven lopen we terug naar het centrum van Horta. Een grote groep Fransen hijst zich in wetsuits terwijl ze instructies krijgen voor het duiken. In de haven liggen grote zeiljachten. Faial is hun laatste stop voordat ze van en naar Midden-Amerika varen. We maken een praatje met de schipper van een mooi aluminium jacht uit Hellevoetsluis. Eén jaar zijn ze nu onderweg. Vanuit de Caraïben wachten ze hier op goede wind voor de reis terug naar Hellevoetsluis. Ze hebben het afgelopen jaar flink wat COVID testen moeten ondergaan, soms tegen gigantische prijzen. Op de Azoren is het gratis, als boten op Faial aankomen moeten ze buiten de haven voor anker totdat ze de test hebben gedaan en ze de negatieve uitslag op de mail binnen hebben. Op de kade schilderingen, van zeilers van over de hele wereld. Zo ook die van het team van Laura Dekker, die na tussenkomst van de rechter op jonge leeftijd solo over de oceaan mocht zeilen.

We drinken nog een biertje op de kade en keren terug naar ons hotel voor een frisse duik in het zwembad. In hetzelfde kroegje aan de haven van Porto Pim eten we en drinken daarbij een heerlijke gekoelde rode wijn uit Pico. De Fransen die vanmiddag gingen duiken, zorgen voor gezelligheid en reuring hier, terwijl het centrum uitgestorven lijkt. In ons hotel maken we nog een praatje met de ‘look a likes’ van Cees en Noor, een Zwitsers echtpaar van hun leeftijd, die we ook al zagen op Terceira en die net als wij, ook hierna naar São Miguel gaan.

5 juli 2021

De Azoren zijn subtropisch, groen, en niet dor en droog zoals de landen rond de Middellandse zee in juli en augustus. Het regent hier dan ook regelmatig. De temperatuur komt, ook ’s nachts, niet onder de 20°C. Aangenaam dus, ondanks de relatief hoge luchtvochtigheid. Op de eilanden zijn ook hoge bergen, zoals de Caldeira op Faial. Om hier een wandeling te kunnen maken hebben we vandaag en morgen een auto gehuurd. Vandaag verschuilt de Caldeira zich echter in de wolken.

Hoe hoger we komen, des te harder gaat het regenen en we hebben minder dan 20 meter zicht. We maken dan ook rechtsomkeert, dit heeft geen zin. De weg omhoog was prima, maar als we via de andere kant afdalen, zit de weg vol kuilen en gaten en liggen overal stenen, zo was het 30 jaar terug ook al, herinnert An zich. We rijden door naar Capelinhos, het nieuwe land. Dichtbij de oude vuurtoren parkeren we de auto en voor ons ligt een kaal landschap. Nieuw land, niet ouder dan zo’n 60 jaar en nog niet begroeid. Ontstaan door vulkaanuitbarstingen op de oceaanbodem. De huisjes in de directe nabijheid werden bedolven onder het as en de lavabommen, die de vulkaan gedurende bijna 1 jaar uitbraakte.

De beelden die we daarvan zien in de prachtig vormgegeven expositieruimte zijn spectaculair. Sindsdien heeft Faial ook nog 2 aardbevingen gekend. Het ontstaan van de Azoren wordt in de expositieruimte onder de oude vuurtoren goed uitgelegd. De Azoren liggen in de zogenaamde Azorendriehoek, op de breuklijn van de continenten Amerika, Europa en Afrika. Hier kan de mens de natuur niet temmen. Hier besef je pas hoe nietig we zijn. Onvergetelijk om hier rond te lopen en zo anders dan op IJsland, omdat het hier warmer is en meer toegankelijk. We vervolgen onze route naar Flamengos, een klein dorpje met Belgische wortels. Ooit gingen gelukzoekers uit Vlaanderen daar naar toe met de verwachting dat ze hier een tin en zilver konden winnen. Dat bleek een misrekening en ze eindigden als boeren. Zo ontstond er een kleine Belgische enclave op de Azoren.  De Jardim Botânico do Faial valt tegen.

Het is niet eenvoudig een tuin, of museum, zo in te richten dat bezoekers geboeid blijven en iets wijzer naar buiten komen.  Naar mijn mening is deze tuin te groot en te veel omvattend. Het mooist is de orchideeënkas. In de Rua de Serpa Pinto, achter de Boulevard, vinden we Taberna & Casa de Pasto Medalhas, waar we heerlijke traditionele gerechten proeven. Na afloop flaneren we door de lege stad, toeristen zijn schaars. Het is stil op de Azoren.

6 juli 2021

Vandaag ondernemen een nieuwe poging om de wandeling rond de Caldeira te maken. We rijden de stad uit en stoppen bij de Miradouro de Nossa Senhora da Conceição, fotograferen een typisch voor de Azoren van zwarte lavasteen gebouwde graanmolen. Als we hoger komen, rijden we weer de dikke nevel in. We doen nog een poging, maar zijn al snel doorweekt en de wind, die om ons heen giert, maakt het koud.

Poging 2 is dus ook mislukt. We besluiten richting Ribeirinha te rijden. Het is een lieflijk landschap, groene weiden, kleine akkers, talloze stenen muurtjes en daartussen, in frisse mediterrane kleuren geschilderde huizen. Prachtige vergezichten en een rustige blauwe zee. Maar schijn bedriegt. Van tijd tot tijd worden de bewoners opgeschrikt door aardbevingen, die alles in luttele seconden verwoesten. De ruïnes van de kerk en de vuurtoren in Ribeirinha houden de herinnering aan de laatste aardbeving in 1998 levend.

We maken een korte wandeling rond het dorp en beginnen de tocht in de bar Casa do Povo da Ribeirinha met koffie en eindigen hier ook met een sapje voor de piloot en een tot het randje toe gevuld limonadeglas met rode wijn voor de co-piloot. Voor 2 koffie betaalden we € 1,30, voor het sapje en de wijn € 1,50. Een 2e drankje zit er even niet in, want de kroegbaas sluit zijn bar, het is lunchtijd en moeder de vrouw wacht met het eten. De 2 mannen die al aan het bier zaten toen wij eerder koffie dronken en duidelijk flink aangeschoten zijn, gaan ook maar weer eens aan de slag, de koeien roepen en met gierende banden rijden ze weg. Als we wegrijden uit Ribeirinha lijkt de lucht op te klaren en we besluiten een derde poging te wagen op de Caldeira.

Maar eenmaal op de top staan we dik in de nevel en worden we weer zeiknat. We geven het op onder ons motto: “je kan nooit alles zien”. Op de terugweg naar het hotel tanken we onze Nissan Micra af. Benzine is hier niet echt goedkoop, € 1,487 per liter, maar daar komt dan nog bij 16% IVA, een bedrag voor ISP en wat al niet meer, geen idee, maar 12,55 liter gasolina simples 95 E5 kost ons uiteindelijk € 26,36. Terug in ons hotel, klaart het op, neemt Hans nog een duik in het zwembad en zien we zelfs nog de top van de Pico Alto.

7 juli 2021

Vandaag een uitstapje met de Atlāntico Line naar Madalena, op het eiland Pico. De zon schijnt, de lucht breekt open en de ruim 2300 meter hoge Pico Alto laat zich helemaal zien en aan het eind van de dag is er zelfs geen wolkje meer te bekennen, het is zomer op de Azoren. Nadat we de Nissan Micra hebben ingeleverd bij Ilha Verde, het verhuurbedrijf, kopen we tickets voor de ferry van 10:45 naar Pico en voor 18:00 terug naar Faial, voor de totale som van € 10,-. Ook nu profiteren we weer van onze leeftijd van 65+. Het is druk op de ferry. Eerst moeten de auto’s achteruit op het autodek, zodat ze er aan de overkant vooruit af kunnen. Dan mogen de passagiers aan boord. We zitten op het achterdek en tot onze verrassing zijn daar ook de ‘look a likes’ van Cees en Noor; zij vliegen aan het einde van de middag naar São Miguel en vrijdag terug naar Genève. De ferry vaart hard, er staat een lichte deining en binnen 35 minuten zijn we aan de overkant. Mooi zijn de twee steenklompen die uit zee oprijzen, voor de haven van Madalena.

Vanuit de haven lopen we de mooie Igreja de Santa Maria Madalena in, waar het allemaal goud is wat er blinkt. Bij de Informaçãos halen we een plattegrond van Madalena en op hun advies lopen we langs de kust naar de ommuurde wijnvelden van Pico. De op de route gelegen wijnproeverij Cooperativa Vitivinicola da Ilha de Pico slaan we over. Tussen de muurtjes staan oude en nieuwe wijnranken, vol druiven. De muurtjes zorgen er voor dat de druiven beschut zijn.

Het is schitterend weer en spijtig genoeg hebben we geen zwemspullen meegenomen, zodat we niet in één van de lonkende, natuurlijke zwembaden in zee kunnen duiken. In het fraaie restaurant Ancoradouro lunchen we op zijn Portugees op het terras met uitzicht op zee. Een vers gevangen Boca Negra spoelen we weg met een fles droge witte wijn van de wijngaarden van Pico. Koffie en doce toe, net als de Azorianen.

Rozig van de wijn lopen we terug naar Madalena. De strandjes zijn ondertussen goed bevolkt door de locals. Er valt verder weinig te beleven in het kleine stadje en in de schaduw van een plataan houden we siësta. Loom laten we ons door de ferry terugbrengen naar Horta, een ervaring rijker. Onderweg naar het hotel drinken we nog een koud biertje en kopen wat lekkere hapjes voor later, als we nog trek krijgen. Hans neemt nog een duik in het zwembad van het hotel.

8 juli 2021

Nadat we de koffers hebben ingepakt lopen we naar de Igreja do Santissimo Salvador en wagen we een bezoek aan het naastgelegen museum van Horta, in het voormalige Jezuïetenklooster.

De leuk ingerichte expositie is grappig en onderhoudend, niet alleen zeilers doen Horta aan, ook vliegeniers vanuit Amerika waagden in de eerste decennia van de vorige eeuw een poging met hun exotische watervliegtuigen de Atlantische oceaan over te steken en hier te landen in de haven. De foto’s van de haven en Horta zelf zijn zeker de moeite waard, omdat er nog zoveel goed herkenbaar is. We lunchen en drinken de wereldberoemde gin-tonic in het onder zeezeilers alom bekende Café Sport. Iedereen praat hier met iedereen, maar ook de locals zijn goed vertegenwoordigd. Wij raken aan de praat met een Belg uit Gent die zich hier zo’n 2,5 jaar terug vestigde, nadat hij bij een rechtszaak een flinke som had opgestreken. Hij kocht wat stukjes bouwland als investering en crost over het eiland, met eerst een scooter maar nu met een motor. Als je hier te hard rijdt krijg je een waarschuwing en niet, zoals in België, een flinke boete. Hij is nu bezig een kledinglijn te ontwerpen. De manager van Café Sport komt uit Lissabon en draagt vol trots het door zijn vriendin, afkomstig uit Kroatië, ontworpen T-shirt en vertelt dat we het in de winkel van Peter kunnen kopen.

De vissoep is heerlijk, de salade van bacalhau en kikkererwten verrukkelijk. De gin-tonic bij Peter kost € 2,80, daar hoef je in Nederland niet om te komen. Aan de haven eten we nog een ijsje. Een driewieler met daarachter een karretje, bestuurd door een verstandelijk gehandicapte man stopt luid toeterend voor ons. Een groep van zo’n 10 verstandelijk gehandicapten, begeleid door een vrouw met veel geduld, brengt eigengemaakte souvenirs aan de man. Als we een sleutelhanger uitkiezen wordt er enthousiast geklapt en terwijl er één de sleutelhanger van de bos los wringt, staat een ander al met zijn open hand op het geld te wachten. De leidster knipoogt naar ons. We hebben ze blij gemaakt.